nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 3

Duikongeval Kernhaven 13 juli 2001 – 3. De landelijke les- en leerstof voor de brandweerduiker

3.2 Onvoldoende aandacht voor noodmaatregelen door duiker zelf
3.3 Onvoldoende aandacht voor noodprocedures
3.4 Onevenwichtigheid

Nadat de commissie de indruk kreeg dat bepaalde voor de veiligheid essenti‘le zaken, niet voldoende in de landelijke les- en leerstof voor de brandweerduiker zijn opgenomen, onderzocht zij de volgende op duikgebied gezaghebbende teksten:

* de les- en leerstof voor de brandweerduiker, Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding, 3e druk juli 2000;
* de les- en leerstof Instructeur Brandweerduiker, Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding, 4e druk januari 2001;
* de Leidraad Bestrijding Waterongevallen door de Brandweer, Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding, 1e druk 2000;
* de Richtlijn Brandweerduiken, ministerie van Binnenlandse Zaken, 1994;
* het cursusboek Sportduiken, Nederlandse Onderwatersport Bond, Utrecht 1998;

De bevindingen zijn in de hierna volgende paragrafen weergegeven.

3.1 Zowel de ‘Leidraad’ als de les- en leerstof nog voornamelijk afgestemd op ‘nat’ duiken
Het brandweerduiken is gestart in de tijd dat het natte pak, de duikbril en de ademhalingsautomaat met bijtstuk de norm waren. De les- en leerstof is nog steeds voor een groot deel afgestemd op het duiken met dit materiaal, terwijl er relatief weinig aandacht gegeven wordt aan het veel later bij de brandweer geïntroduceerde droge pak en volgelaatsmasker.

In het binnenwater-gedeelte (zwembad) van de opleiding leert de cursist vaardigheden die essentieel zijn voor de veiligheid (met het traditionele materiaal), maar die niet toegespitst zijn op het duiken met het droge pak en het volgelaatsmasker. Het betreft onder meer:

* het klaren (leegblazen) van de bril;
* het onder water uit de mond nemen en weer plaatsen van de ademhalingsautomaat;
* het onder water af- en weer omhangen;
* buddy breathing (met 2 of meer personen één ademhalingsautomaat gebruiken).

Soortgelijke onderwerpen keren niet terug in het buitenwater-gedeelte van de opleiding dat vaak uitgevoerd wordt in het droge pak, al dan niet met volgelaatsmasker. Deels is dit te begrijpen omdat het volgelaatsmasker geen losse automaat kent. Echter, het leegblazen van de bril c.q. het volgelaatsmasker keert evenmin terug. Dit betekent dat, tenzij instructeurs hier op eigen initiatief aandacht aan geven, gediplomeerde brandweerduikers het leegblazen van het volgelaatsmasker, waar in de praktijk velen mee zullen duiken, niet hebben aangeleerd.

3.2 Onvoldoende aandacht voor noodmaatregelen door duiker zelf
Een tweede hiaat dat de commissie in de les en leerstof ontdekte, betreft de noodmaatregelen. Dit onderwerp wordt benaderd vanuit de positie van degenen die op de wal staan: de duikploegleider en de reserveduiker. Er wordt geen aandacht besteed aan de maatregelen die een duiker, die onder water een probleem heeft, zelf zou kunnen nemen bij het falen van apparatuur, het vastzitten van de seinlijn of de uitrusting etc. Het gevolg is dat de bij zelfredding / noodopstijging behorende vaardigheden niet per definitie worden aangeleerd.

De hier bedoelde vaardigheden zijn:

* het gebruik van het duikmes voor het doorsnijden van een vastzittende seinlijn;
* het afwerpen van de loodgordel en desnoods de apparatuur;
* het opblazen (trekken) van het redvest;
* het gebruik van de inflator om op te stijgen.

Het gebruik van het redvest en de loodgordel voor dit doel wordt afgeraden door de gevaren van die wijze van opstijgen zwaar aan te zetten en niet af te wegen tegen het enige alternatief dat soms beschikbaar is, verdrinken.

In de basisopleiding voor sportduiker zijn dergelijke vaardigheden wel ondergebracht.

3.3 Onvoldoende aandacht voor noodprocedures
Het is de commissie opgevallen dat de procedures in de les- en leerstof weinig aanwijzingen bevatten voor de reserveduiker en de duikploegleider met betrekking tot een in moeilijkheden geraakte duiker.

Meer en betere aanwijzingen zijn noodzakelijk. Ook voor de samenwerking tussen een duikploeg en de bezetting van de begeleidende tankautospuit zouden voorzetten gegeven kunnen worden.

3.4 Onevenwichtigheid
Na het doornemen van de les- en leerstof had de commissie bovendien de indruk dat er relatief veel aandacht is voor allerlei aspecten van het duiken die zich, gezien de geringe diepte waarop 95% van het brandweerduiken zich afspeelt, relatief weinig voordoen terwijl er veel minder aandacht is voor allerlei’gewone’ veiligheidsaspecten en procedures

Bovendien lijkt de les- en leerstof sterk te zijn gericht op het uitvoeren van de vooraf bekende examenopdracht, waarin de door ons gemiste veiligheidsaspecten niet aan de orde komen.

Deze constateringen leiden tot de conclusie dat er sprake is van een zekere onevenwichtigheid in de les- en leerstof die tot gevolg kan hebben dat in de opleiding voor brandweerduiker geen aandacht wordt gegeven aan de door ons genoemde belangrijke veiligheidsaspecten.