nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 2

De brandweer verlegt haar grenzen – Eindrapport afstemmingsorgaan regionale brandweren

2 Reacties uit het land
De in hoofdstuk 1. geschetste problematiek is samen met de mogelijke oplossingen (als herverdeling van brandweertaken en -bevoegdheden tussen de regio en de gemeenten) in de interimrapportage voorgelegd aan de partijen die in het Afstemmingsorgaan vertegenwoordigd zijn (BiZa, VNG en NBF). Daarnaast is de rapportage breed verspreid onder de gemeentelijke en regionale besturen, de brandweercommandanten en andere betrokken partijen. Zij werden hiermee in de gelegenheid gesteld rechtstreeks te reageren op het interimrapport.
Het Afstemmingsorgaan is verheugd dat velen van deze gelegenheid gebruik hebben gemaakt. Het overgrote deel van de reacties is van min of meer gelijke strekking en getuigt van her- en erkenning van de problematiek.

In vrijwel alle reacties wordt daarnaast de bezorgdheid uitgesproken over het mogelijk doorschieten op de weg van schaalvergroting. Immers de huidige gemeentelijke brandweerkorpsen hebben een aantal sterke punten.
Genoemd wordt de grote betrokkenheid van de vrijwilligers, die juist op lokale schaal zorg draagt voor een optimalisatie van de repressieve brandweerzorg. Velen zijn van mening dat, hoe noodzakelijk de geschetste organisatie-aanpassingen ook zijn, er voldoende verantwoordelijkheden en bevoegdheden op gemeentelijk niveau over moeten blijven. Alleen op deze wijze kunnen de identiteit en de betrokkenheid van de korpsen en daarmee de efficiëncy op lokaal niveau zeker gesteld worden.

Opvallend is dat reeds in veel regio’s, al dan niet naar aanleiding van het Interimrapport, de discussie is gestart over een herverdeling van brandweertaken tussen gemeenten en regio. In een kleiner aantal regio’s zijn hierover reeds, zowel op technisch als op bestuurlijk niveau, principe-uitspraken gedaan en is onderzoek gaande naar de mate waarin en de voorwaarden waarop dit de efficiëncy en effectiviteit kan bevorderen.

Uit de vele reacties spreekt een duidelijk optimisme over de mogelijkheden om door middel van taakoverdracht en met behoud van de identiteit van de vrijwillige korpsen te komen tot een opzet, waarbij de brandweer in een betere en sterker samenhangende regionale structuur is ondergebracht. Deze gedachtengang is gebaseerd op het feit dat het overgrote deel van het (repressieve) brandweerwerk op een goede en efficiënte wijze door gemeentelijke, meestal vrijwillige eenheden wordt uitgevoerd. Hierin wil men geen verandering brengen.
Er zijn echter ook zaken waarvan men vaststelt dat zij op het gemeentelijk niveau niet of minder goed tot hun recht komen. Daar wordt gedoeld op de pro-actie, het vaststellen en verdelen van de benodigde repressieve sterkte (regionale dekkingsplannen), een groot deel van de brandpreventie, de preparatie en de nazorg. Deze taken, die voor een groot gedeelte alleen in beroepsdienst kunnen worden uitgevoerd, raken niet of nauwelijks de daadwerkelijke repressie c.q. de vrijwilligheid. Hierdoor voelt men zich kennelijk vrij om de evidente schaalvoordelen van de gezamenlijke, regionale aanpak te benutten.

Uit sommige reacties blijkt dat een centralisatie van alle taken binnen een regio evenmin als optimaal wordt ervaren. In die vooral grotere regio’s is men voornemens ook een aantal taken aan tussenniveaus (kringen c.q districten) op te dragen. De noodzaak van dergelijke vormen van schaaldifferentiatie kan alleen blijken uit onderzoek naar de specifieke situatie in de regio. De bevolkingsdichtheid, de aanwezigheid van grotere gemeenten en de mate waarin beroepskrachten bij de brandweer aanwezig zijn zullen daarbij van betekenis zijn.

Samenvattend kan gesteld worden dat uit vele reacties blijkt dat verdere regionalisering nodig is en dat er, zij het op bescheiden schaal, reeds initiatieven in deze richting worden ontwikkeld. De brandweer zal zich echter in geheel Nederland snel in deze richting moeten ontwikkelen. In de gewenste nieuwe situatie zullen de gemeentelijke korpsen, functionerend binnen bindende, regionaal vastgestelde beleidsplannen, naadloos moeten aansluiten op de gemeenschappelijke regionale organisatie. De regionale brandweer zal, waar geen sprake is van een rechtstreeks gekozen regionaal bestuur, op basis van verlengd lokaal bestuur worden aangestuurd vanuit de gemeenten en zal zorg moeten dragen voor een optimale brandweerzorg met de nadruk op effectiviteit en efficincy. De ontwikkeling van dergelijke vernieuwde regio’s zal veel inspanning vergen. De volledige inzet van de gemeente- en regiobesturen, de brandweerlieden in het veld en de rijksoverheid is daarvoor nodig.