nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 1

De brandweer verlegt haar grenzen – Eindrapport afstemmingsorgaan regionale brandweren

Algemeen
De Nederlandse brandweer heeft zich, nadat in 1976 de ‘Interimregeling Regionale Brandweren’ van kracht werd, sterk ontwikkeld. De voorheen geheel op zichzelf staande gemeentelijke korpsen zijn in regionaal verband naar elkaar toe gegroeid en dit alleen al heeft, in een synergetisch proces, geleid tot een onmiskenbare kwaliteitsverbetering.
De Brandweerwet van 1985, gevolgd door het opheffen van de B.B., gaf een nieuwe impuls aan dit proces van vernieuwing. De brandweer werd de kern van de nieuwe rampenbestrijdingsorganisatie en heeft geleerd zich in groter verband te organiseren. Hierdoor is zij inmiddels in staat met succes incidenten te bestrijden, op een wijze die ten tijde van de start van de regiovorming nog ondenkbaar was.
Duidelijk blijkt dat de brandweer heeft kunnen inspelen op de relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Er is hierdoor sprake van een organisatie die behoorlijk ‘bij de tijd’ is.

De maatschappelijke ontwikkelingen gaan echter door en de brandweer zal zich in een continu-proces moeten aanpassen aan de zwaardere eisen die aan haar worden gesteld. Het Afstemmingsorgaan Regionale Brandweren heeft vanuit deze invalshoek onderzocht of de huidige organisatie van de brandweer bijstellingen behoeft. De brandweerregio’s zijn daartoe kritisch tegen het licht gehouden. Geconstateerd werd dat het proces van regionalisatie, nadat het tot een aanmerkelijke kwaliteitsverbetering heeft geleid, op veel plaatsen tot stilstand is gekomen.
Deze stagnatie wordt onder meer veroorzaakt door fricties tussen de gemeenten onderling en tussen de gemeenten en de brandweerregio’s. In de Interimrapportage van het Afstemmingsorgaan is een beeld geschetst van gemeenten die zich te vaak als verdediger van hun autonomie opstellen. Hierdoor komt de noodzakelijke versterking van de samenwerking op brandweergebied, soms met alleen de eigen financiële situatie als motief, vaak niet tot stand.
Voor een optimale brand- en rampenbestrijding is het in deze complexe maatschappij noodzakelijk, dat de brandweer binnen een regio, hoewel opgebouwd uit vele gemeentelijke eenheden, als één slagvaardige organisatie functioneert. Alleen dan kunnen zaken als planvorming, bestuurlijke leiding bij rampen, dwarsverbanden tussen de bij de rampenbestrijding betrokken disciplines en ook de intergemeentelijke afstemming van de traditionele brandweerzorg het vereiste kwaliteitsniveau bereiken.
Gebleken is dat veel bestuurders deze problematiek duidelijk onderkennen doch, als gevolg van de bestaande bestuurlijke structuren, geen oplossingen weten te realiseren. Duidelijk is dat veranderingen in de bestuurlijke en organisatorische sfeer noodzakelijk zijn om te garanderen dat ook in de nabije toekomst de brandweer optimaal kan presteren.

Het Afstemmingsorgaan constateert in haar Interimrapport dat samenwerking binnen de regio’s nieuwe impulsen behoeft. Op basis van onder meer suggesties uit het veld, werden daarvoor oplossingen aangedragen. Zij zijn hieronder in een tweetal actiepunten samengevat.
1. De brandweerregio’s dienen bestuurlijk en organisatorisch versterkt te worden, zodat zij slagvaardig leiding kunnen geven aan het proces van afstemming en optimalisering van de brandweerzorg in hun gebied. Deze versterking verschaft de regionale brandweer bovendien voldoende potentie om de spilfunctie in de rampenbestrijding ook naar de sterk geregionaliseerde politie, de basisgezondheidszorg (GGD) en het ambulancevervoer (CPA), waar te maken.
2. De dwarsverbanden tussen de diverse, bij de hulpverlening en rampenbestrijding betrokken diensten, dienen versterkt te worden.

Als middelen om deze doelen te realiseren zijn de volgende maatregelen genoemd.
* Een aanzienlijke versterking van de besluit- en slagvaardigheid van de regionale besturen.
* Herschikking van de brandweer- en rampbestrijdingstaken tussen de gemeenten en de regio. Door overdracht van taken en bevoegdheden aan de regio wordt de nadruk gelegd op het gemeenschappelijk afstemmen en realiseren van de benodigde zorg.
* Het realiseren van een structureel eigen budget voor de brandweerregio’s.
* Bestuurlijke bundeling c.q. integratie van de bij de hulpverlening en rampenbestrijding betrokken diensten.
* Schaalaanpassingen c.q verkenningen in de richting van een optimale schaal door interregionale samenwerking, als blijkt dat het regionale draagvlak nog onvoldoende is om er een optimale zorg op te baseren.