nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 5

Menaldum – Onderzoek brand in Graldastate (serviceflats voor ouderen) – 5. Melding en alarmering

5.1. Algemeen
5.2. Verwerking van de melding

5.1. Algemeen
De gemeenten in Friesland beschikken over een gemeenschappelijke alarmcentrale in Leeuwarden, die onder een specifiek hiervoor in het leven geroepen gemeenschappelijke regeling ressorteert. Deze professioneel opgezette alarmcentrale neemt via het gebruikelijke 06-11, de brand- en ongevalsmeldingen van burgers aan en alarmeert de noodzakelijke brandweereenheden, ambulances en/of andere benodigde instanties. De werkwijze is gebaseerd op afspraken met de gemeenten en de betrokken particuliere ambulancediensten.

De alarmcentrale is (‘s-nachts) met minimaal één wakende centralist bemand. Daarnaast is dan een centralist slapend aanwezig, deze kan wanneer de werkdruk dat nodig maakt, de dienstdoende centralist op diens verzoek bijstaan. Overdag is de centrale i.v.m. de grotere werkdruk zwaarder bemand.

De centralisten zijn zorgvuldig op de relevante capaciteiten geselecteerd en zijn middels een aantal in- en externe opleidingen op hun taak voorbereid.

Het radionetwerk voor de verbindingen en de alarmering is kortelings in samenwerking met de Directie Brandweer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken vervangen, maar werkt voor de regio Noord-Friesland nog niet naar behoren.

De voor het begeleiden van de vervanging van het netwerk benodigde personele capaciteit, is aanvankelijk op basis van gegevens van Biza op één mensjaar ingeschat. Inmiddels zijn al drie jaar, drie personen voor 70 % van hun tijd bezig met deze begeleiding. Als gevolg van deze aanslag op de capaciteit is er de laatste jaren relatief weinig aandacht geschonken aan een aantal aspecten van de bedrijfsvoering.

Als gevolg van de technische problemen wordt voor een deel van het verzorgingsgebied weer de oude afgeschreven apparatuur gebruikt en wordt in plaats van een geautomatiseerd informatiesysteem weer van boeken gebruik gemaakt. Deze complexe situatie vormt een handicap voor de centralisten.

5.2. Verwerking van de melding
In de nacht van 8 juli wordt om 4.45′.40″ in de ochtend door een bewoonster van de Graldastate via het alarmnummer 06-11, brand gemeld aan de Interregionale Alarmcentrale te Leeuwarden. Ondanks het feit dat er door de meldster duidelijk gewag wordt gemaakt van “dichte rook” in een risicovol object als een serviceflat, is men niet overtuigd van de authenticiteit van de melding. De idee bestaat dat er in de Graldastate een automatische brandmeldinstallatie aangebracht zou zijn en er was geen automatische melding binnengekomen. Om deze reden wordt de melding ‘geverifieerd’. Eerst wordt in het computerbestand met brandmeldinstallaties gezocht, daarin blijkt de Graldastate niet voor te komen. Vervolgens wordt het telefoonboek geraadpleegd, maar daar komt de Graldastate evenmin in voor (de bewoners hebben telefoonaansluitingen op eigen naam). Uiteindelijk wordt de naam van de meldster in het telefoonboek gevonden. Vervolgens wordt besloten de brandweer van Menaldum te alarmeren. Omdat het geautomatiseerde informatiesysteem buiten werking is wordt de alarmeringsprocedure in een boek opgezocht. Op dat moment komt een tweede melding van dezelfde brand binnen, hierdoor wordt de alarmering verder vertraagd.

Direct na het afhandelen van de tweede melding worden de brandweer van Menaldum en de overige instanties volgens de vastgestelde procedure, vijf minuten en twintig seconden na aanvang van de eerste melding, gealarmeerd. De onnodige vertraging als gevolg van het ‘verifiëren’ van de melding bedraagt 2 minuten en 40 seconden.