nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 7

Menaldum – Onderzoek brand in Graldastate (serviceflats voor ouderen) – 7. Brandveiligheidsbeleid

7.1. Pro-actie
7.2. Preparatie
7.3. Preventie
7.4. Repressie
7.5. Nazorg/Evaluatie

De Brandweerwet 1985 draagt (evenals de in 1970 van kracht zijnde Brandweerwet van 1952) de zorg voor de brandveiligheid op aan de gemeente. Volgens art. 1, lid 4 dragen burgemeester en wethouders de zorg voor onder meer:

Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt.

Een volledig brandveiligheidsbeleid kent de volgende vijf aandachtspunten.

7.1. Pro-actie
Bij de planning van woningen en industrieën wordt reeds aandacht besteed aan de brandveiligheid. Daarbij word met name aandacht geschonken aan het – gezien de infrastructurele en repressieve mogelijkheden – maximaal aanvaardbaar risico.

7.2. Preparatie
De gemeente draagt er zorg voor zorg dat meldingen snel en doeltreffend aan de brandweer kunnen worden doorgegeven en treft daartoe een alarmeringsregeling met een alarmcentrale.

Vervolgens worden vooruitlopend op incidenten, de risico’s geïnventariseerd en wordt daarop geanticipeerd met het opstellen van aanvalsplannen, inzetprocedures etc.

7.3. Preventie
Het brandpreventiebeleid draagt er zorg voor dat alle gebouwen aan minimale eisen t.a.v. brandveiligheid voldoen (beperken van brand en kans op ongevallen daarbij) en wordt gerealiseerd door eisen te stellen aan onder meer:

* compartimentering d.m.v. brand- en rookwerende scheidingen,
* het brandgedrag en de brandbaarheid van de te gebruiken materialen,
* de vluchtwegen in gebouwen,
* de minimale hoeveelheid blusmiddelen t.b.v. blusacties door de in het gebouw aanwezigen.

Voor de uitwerking van deze algemene regels staan voor allerlei typen gebouwen normen ter beschikking. Duidelijk zal zijn dat er tevens een zekere controle op de gestelde eisen zal moeten plaatsvinden.

Hiernaast kunnen aan de gebruiker van het gebouw eisen gesteld worden m.b.t. de interne organisatie binnen het gebouw om te verzekeren dat er adequaat gereageerd kan worden op eventuele branden.

Het gemeentelijk brandpreventie beleid is van oudsher vastgelegd in gemeentelijke verordeningen. Sinds de zeventiger jaren zijn deze gebruikelijk afgeleid van de model bouw- en brandbeveiligingsverordening van de VNG. Kortelings is deze regelgeving herzien door het van kracht worden van het landelijke bouwbesluit.

7.4. Repressie
De gemeente draagt zorg voor de beschikbaarheid van een adequate brandweer.

7.5. Nazorg/Evaluatie
Nadat een incident is bestreden, rest de nazorg. De resterende problemen, in dit geval bijvoorbeeld de herhuisvesting moeten worden opgelost. Daarnaast dient het gevoerde beleid aan de hand van het incident te worden herijkt.

De eerste twee aandachtspunten zijn aan de hand van het onderzochte incident niet volledig in beeld te brengen. In het volgende hoofdstuk worden alleen de beoordeelbare aspecten van het brandveiligheidsbeleid tegen het licht gehouden.