nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 6 – Vakbekwaamheid brandweerlieden

6.1 Opleiding
6.2 Oefening
6.3 Ervaring
Aantal branden per categorie:

6.1 Opleiding
De brandweer van Harderwijk beschikt voor de repressie over een vijftigtal vrijwilligers.
Ze zijn in vier ploegen, ieder met een eigen bevelvoerder (en plaatsvervangend bevelvoerder) ingedeeld. De bevelvoerders en hun plaatsvervangers beschikken afgezien van een enkeling, die nog op basis van ervaring is opgeklommen, over het diploma brandmeester.
Ook de brandwachten zijn goed opgeleid. De drie brandwachten die het meest direct bij het ongeval betrokken zijn, beschikken allen over het diploma hoofdbrandwacht. De beide omgekomen brandweerlieden zijn ook opgeleid tot duiker. In zijn algemeenheid is er sprake van een goed opgeleid korps.

6.2 Oefening
De Harderwijker brandweer oefent in principe wekelijks onder leiding van de eigen instructeurs. Daarnaast worden extra oefeningen gehouden voor speciale onderwerpen.
De oefeningen worden na afloop mondeling geëvalueerd. Bij de meeste oefeningen is het gehele korps betrokken. De te oefenen onderwerpen worden jaarlijks vooraf in een oefenschema vastgelegd. Alle mogelijke onderwerpen komen in de jaarcyclus aan de orde.
De vrijwilligers zijn verplicht de vooraf geplande oefeningen bij te wonen; sinds enige tijd worden de oefenverrichtingen individueel geregistreerd.
Alle (brand) oefeningen worden met ‘geënsceneerd vuur’ gehouden. Er zijn geen oefencentra dichtbij om realistische oefeningen met echte branden te houden of bunkers waar hitte-trainingen gedaan kunnen worden. Een van de omgekomen brandweerlieden had in zijn hoofdfunctie bij de brandweer Amstelveen wel deze oefenervaring opgedaan.

6.3 Ervaring
De ervaring die de Harderwijker brandweer bij brand opdoet kan worden afgeleid uit de onderstaande cijfers, die gebaseerd zijn op een globale analyse van de brandmeldingen tussen 1 november 1995 en 1 november 1997. Bij deze analyse is uitgegaan van zodanig zware binnenbranden dat tenminste vier à zes man ervaring kunnen opdoen in het met adembescherming opereren onder werkelijk gevaarlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld bij branden met slachtoffers in pensions zonder brandmeldsysteem (standaardscenario, code 851 van de Handleiding brandweerzorg), en in oude etagewoningen (standaardscenario, code 811). Zie verder bijlage 5.
De ernst van de branden is ruimhartig beoordeeld, dit betekent dat het aantal van die branden in werkelijkheid wellicht nog lager ligt.

Aantal branden per categorie:

Buitenbrand  199
Schoorsteenbrand 34
Kleine binnenbrand  61
Loos c.q. vals alarm 106
Brand overeenkomstig genoemde scenario’s 15
Totaal in twee jaar 415

In de betreffende periode is voor 415 brandmeldingen uitgerukt. Dit is dus ruim 200 maal per jaar, waarvan acht branden overeenkomstig de genoemde scenario’s. Al naar gelang de ernst van de melding gebeurt dat met één, twee of drie ploegen. Wanneer voor de aangegeven branden gemiddeld vier mensen onder zware omstandigheden worden ingezet, dan hebben de vijftig brandwachten in Harderwijk minder dan één keer per jaar een, voor de binnenaanval relevante, ervaring opgedaan. In de praktijk zal een dergelijke gelijkmatige verdeling zich vaak niet voordoen; sommigen zullen geen ervaringen opdoen, terwijl anderen meer dan gemiddeld bedeeld worden.
Waarschijnlijk is de bovenstaande benadering van de (voor brand) relevante ervaring nog aan de optimistische kant. Een aantal korpsleden schat het aantal branden, waarbij het korps werkelijk goed ervaring op kan doen niet op de genoemde acht, maar op slechts enkele per jaar.