nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 8

Eindrapport vliegtuigongeval Eindhoven (15 juli 1996) – hoofdstuk 8: voorlichting

8.1 Beschrijving van de gebeurtenissen
8.2 Analyse
8.3 Conclusies

8.1 Beschrijving van de gebeurtenissen
Op een drietal plaatsen heeft men zich actief bezig gehouden met het geven van voorlichting over het vliegtuigongeval. Dit zijn de luchtmachtstaf in Den Haag, het gemeentelijke coordinatiecentrum in de brandweerkazerne in Eindhoven en het perscentrum op de vliegbasis.

Luchtmachtstaf in Den Haag.
Het plv. hoofd luchtmachtvoorlichting in Den Haag alarmeert omstreeks 18.15 uur diverse voorlichtingsfunctionarissen. De komende uren staat hij de (internationale) pers te woord. Hij onderhoudt regelmatig contact met de defensievoorlichter die vanaf ongeveer 19.20 uur op de vliegbasis is.

Gemeentelijk beleidsteam/operationeel team in de brandweerkazerne in Eindhoven.
Het hoofd voorlichting van de regionale politie arriveert omstreeks 19.20 uur in het gemeentelijk cordinatiecentrum in de brandweerkazerne in Eindhoven. Hij co”rdineert die avond de voorlichting van gemeentewege. Een van de eerste activiteiten is de deelnemers aan de voorlichtingspool (gemeentelijke voorlichters van de gemeenten in de regio) alarmeren. Verder treft hij voorzieningen voor het verwerken van inkomend telefoonverkeer van de media. Hij probeert contact te krijgen met de voorlichters van de vliegbasis. Dat lukt echter niet.
De eerste journalist is om 19.59 uur aanwezig in de perskamer van de brandweerkazerne in Eindhoven. Om ongeveer 20.45 uur is het aantal journalisten aangegroeid tot 25 à 30.
Omstreeks 21.15 uur wordt aangekondigd dat er in de brandweerkazerne om 22.45 uur een persconferentie zal worden gegeven. De commandant rampterrein wordt gevraagd om naar de brandweerkazerne te komen om bij de persconferentie aanwezig te zijn. In het gemeentehuis worden voorzieningen getroffen om, in geval de toeloop van pers te groot wordt voor de brandweerkazerne, de persconferentie daar te houden.
Om ongeveer 22.05 uur heeft de staatssecretaris van Defensie, die sinds circa 21.00 uur op de vliegbasis is, telefonisch contact met de loco-burgemeester in het coordinatiecentrum in de brandweerkazerne van Eindhoven. De loco-burgemeester besluit om de persconferentie daar af te gelasten en deel te nemen aan de persconferentie op de vliegbasis.

Perscentrum op de Vliegbasis Eindhoven.
Om 18.30 uur melden zich de eerste journalisten bij de Hoofdpoort van de vliegbasis. De vliegbasis is hermetisch afgesloten.
De onderofficier voorlichting van de vliegbasis is omstreeks 18.50 uur op de plaats van het ongeval. Hij constateert dat de reddingsactie in volle gang is en dat er op dat moment zes doden geborgen zijn. Daarna gaat hij naar het voorlichtingscentrum op de vliegbasis en opent daar om ongeveer 19.00 uur een perscentrum. De drie aanwezige telefoons in het voorlichtingscentrum rinkelen voortdurend. De media die om informatie vragen krijgen alleen een bevestiging van het ongeluk. De onderofficier voorlichting ziet nog kans om tussen de bedrijven door de onderofficier van de Vliegbasis Gilze-Rijen en het hoofd voorlichting van de Vliegbasis Volkel ter assistentie te alarmeren. Het hoofd voorlichting van de Vliegbasis Eindhoven is met vakantie.
Een defensievoorlichter, die in de buurt van Eindhoven woont, arriveert omstreeks 19.20 uur op de vliegbasis en neemt de leiding van het perscentrum op zich. De onderofficier voorlichting wordt naar het ongevalsterrein (op 7 km afstand) gestuurd om actuele informatie te verzamelen.
De onderofficier voorlichting van de Vliegbasis Gilze-Rijen is omstreeks 19.30 uur ter plaatse. Hij beantwoordt, samen met een inmiddels aanwezige administratief medewerker van de afdeling Voorlichting van de vliegbasis, de vele telefoontjes van de media en anderen, waaronder verwanten van de slachtoffers.
Omstreeks 20.05 uur is de commandant vliegbasis aanwezig in het voorlichtingscentrum van de vliegbasis. In het perscentrum zijn ongeveer 75 journalisten aanwezig. Samen met de defensievoorlichter bereidt de commandant vliegbasis een persverklaring voor. Over de gegevens van de verklaring wordt eerst ruggespraak gehouden met het plv. hoofd luchtmachtvoorlichting in Den Haag. Om 20.21 uur geeft de commandant van de vliegbasis de volgende verklaring:

Dames en heren, zoals u inmiddels meegekregen heeft, is hier op zijn minst gezegd iets rampzaligs gebeurd. Om ongeveer 18.10 uur is een Belgische Hercules, die terugkeerde van Villafranca met een aantal mensen aan boord in de landing verongelukt. Onmiddellijk is het rampenplan in werking getreden, dat voor dit soort gelegenheden is opgesteld. Aangezien het aantal slachtoffers meer dan twee is, gaat de verantwoordelijkheid van de cordinatie op het rampenterrein onmiddellijk over naar de burgerautoriteiten, omdat het hier een gecombineerde militaire/burger luchthaven betreft. De bluswerkzaamheden zijn onmiddellijk aangevangen en het helpen van de slachtoffers en het bergen van de verongelukten. Zoals op dit moment bekend is, maar dat is nog geen definitief gegeven, zijn er helaas 26 doden te betreuren, 11 gewonden, die vervoerd zijn naar lokale ziekenhuizen en vier nog niet bekend bij mij. Zoals gezegd is het ‘crisiscentrum’ ingericht en van daaruit wordt de opvang gecoordineerd. Als er behoefte is voor de slachtoffers met brandwonden, dan is er nu een helikopter onderweg om die mensen eventueel door te brengen naar Beverwijk. Ambulances uit de omgeving zijn gealarmeerd, zoals dat gaat conform het rampenplan. Zodra dat mogelijk is, wordt er een telefoonnummer ingesteld, waar de laatste informatie verkregen kan worden. En over pak hem beet een half uur dan zullen wij u nader inlichten, wanneer er meer definitieve gegevens bekend zijn. Het heeft even geduurd, voordat ik deze verklaring kon afleggen, omdat u zult begrijpen dat eerst ter plekke het één en ander moet worden gecoordineerd, voordat we verder kunnen gaan hier naar toe. Om 21.00 uur wordt u nader geïnformeerd.
De door de journalisten aan hem gestelde vragen worden niet beantwoord.
Na de verklaring van de commandant van de vliegbasis wordt er niets meer meegedeeld. Er wordt verwezen naar een persconferentie om 21.00 uur. Deze persconferentie wordt voortdurend uitgesteld tot uiteindelijk 22.35 uur.

Het hoofd bedrijfsveiligheid van de vliegbasis stemt omstreeks 21.00 uur ermee in dat het ongevalsterrein na de afvoer van alle slachtoffers bezocht kan worden door de pers. De marechaussee en de regionale politie regelen dat er extra bewaking bij het vliegtuig komt. Om ongeveer 22.15 uur verschijnt er een militaire bus bij het perscentrum om (foto)journalisten naar de plaats van het ongeval te brengen. Een aantal journalisten stapt in. De defensievoorlichter, die niet op de hoogte is van het vrijgeven van het ongevalsterrein voor een bezoek van de pers, verbiedt echter het bezoek aan het ongevalsterrein.
De extra bewaking van het vliegtuig wordt om 24.00 uur onverrichterzake opgeheven. De volgende morgen zijn journalisten wel in de gelegenheid om het ongevalsterrein te bezoeken.
De Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (aanwezig sinds ongeveer 20.30 uur) en de staatssecretaris van Defensie en zijn voorlichter (beiden aanwezig sinds ongeveer 21.00 uur) bereiden de persconferentie voor. De Belgische minister van Landsverdediging en de bevelhebber van de Belgische luchtmacht arriveren. Zij worden gevraagd deel te nemen aan de persconferentie. Omstreeks 22.20 uur komen de loco-burgemeester van Eindhoven en zijn voorlichter (hoofd voorlichting van de regionale politie) aan op de vliegbasis. Hij wordt op de hoogte gesteld van de opzet van de persconferentie.
De persconferentie onder leiding van de voorlichter van de staatssecretaris van Defensie begint om 22.35 uur (zie bijlage D, fotos 6 en 7). Op deze persconferentie voeren de staatssecretaris, de Nederlandse Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten en zijn Belgische collega het woord. De loco-burgemeester legt geen verklaring af. De volledige tekst van de verklaring van de staatssecretaris is opgenomen in bijlage A, ‘Reconstructie hulpverlening’.

Het hoofd voorlichting van de regionale politie en de defensievoorlichters maken na de persconferentie afspraken om elkaar te informeren met betrekking tot toekomstige verklaringen aan de media.

Omstreeks 02.00 uur geeft de minister-president samen met de staatssecretaris een persconferentie. In deze persconferentie geeft de premier uitdrukking aan zijn gevoelens van medeleven met de slachtoffers en de verwanten.

Op 16 juli 1996, om 09.00 uur is er een persconferentie van de directeur Personeelszaken Koninklijke Luchtmacht en de plv. Bevelhebber der Landstrijdkrachten. Hierin wordt verteld hoe de informatie en begeleiding van de verwanten van de slachtoffers gebeurt. Ook wordt er een herdenkingsdienst aangekondigd die zal plaatsvinden op woensdag 17 juli 1996.

8.2 Analyse
Organisatie van de voorlichting.
In het rampbestrijdingsplan is een voorlichtingsparagraaf opgenomen. Hierin staat onder andere vermeld dat:

* het actiecentrum voorlichting zal worden ingericht in het voorlichtingsgebouw op de vliegbasis;
* het actiecentrum zal bestaan uit een coördinatieteam, bestaande uit de voorlichters van de luchtmacht, de gemeente en Eindhoven Airport;
* in goed overleg de voorlichtingsaspecten onderling zullen worden afgestemd en zal worden bepaald wie woordvoerder is op welk terrein.

Er was inderdaad een perscentrum ingericht in het voorlichtingsgebouw. De voorzieningen voor de journalisten waren beperkt. Er is in die ruimte één telefoon aanwezig.
Een vertegenwoordiger van Eindhoven Airport is de gehele avond niet verschenen. Een voorlichter van de gemeente (het hoofd voorlichting van de regionale politie) arriveerde omstreeks 22.20 uur, samen met de loco-burgemeester, in het perscentrum om aan de persconferentie deel te nemen.
Volgens het rampbestrijdingsplan en het calamiteitenplan was de taakverdeling van gemeente en defensie duidelijk. De (coördinatie van de) voorlichting vindt plaats vanuit het voorlichtingscentrum op de vliegbasis. Het voorlichtingsbeleid wordt in geval dat de overheidsdrempel wordt overschreden (scenario 2 of 3) bepaald door het beleidsteam van de gemeente. Zowel het beleidsteam/operationeel team in de brandweerkazerne in Eindhoven als de defensievoorlichters in het perscentrum op de vliegbasis waren onvoldoende op de hoogte van deze bepalingen. Er is nooit op die wijze geoefend. Het beleidsteam/operationeel team heeft geen rechtstreeks contact met het perscentrum op de vliegbasis gehad en in het perscentrum werden de gemeentelijke voorlichters niet gemist. Hierdoor ontwikkelden zich gedurende de eerste uren van de ongevalsbestrijding twee aparte centra die de pers (telefonisch) te woord stonden. In beide centra werd een persconferentie voorbereid. Toen dit laatste, heeft de loco-burgemeester de persconferentie in het gemeentelijk coördinatiecentrum geannuleerd. Van een door de gemeente bepaald voorlichtingsbeleid was daarna (helemaal) geen sprake meer. Bij de volgende persconferenties was de gemeente niet betrokken. De loco-burgemeester was al ruim voor de persconferentie van de minister-president en de staatssecretaris van 02.00 uur naar huis gegaan. Ook bij de persconferentie op 16 juli 1996 om 09.00 uur door de directeur Personeelszaken Koninklijke Luchtmacht en de plv. Bevelhebber der Landstrijdkrachten speelde de gemeente geen enkele rol.

Informatieverstrekking door het perscentrum op de vliegbasis tot 20.21 uur.
Het perscentrum op de vliegbasis werd omstreeks 19.00 uur geopend.
De pers kon het afgesloten terrein van de vliegbasis niet betreden en was volledig aangewezen op de informatie van de voorlichters in het perscentrum. Deze waren echter heel terughoudend met het geven van informatie. Om 20.05 uur meldde de verslaggever van Omroep Brabant dat de defensievoorlichter zegt niets te kunnen ontkennen of bevestigen.

Er wordt informatie verzameld en binnenkort wordt er een verklaring afgegeven.
Deze voorzichtige houding van de voorlichters kan te maken hebben gehad met het ontbreken van een overzicht over de activiteiten die op de vliegbasis plaatsvinden. Ook zou de snelle (verwachte) komst van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten en de staatssecretaris van Defensie en zijn voorlichter een rol kunnen hebben gespeeld.
We kunnen niets zeggen want Den Haag neemt het over werd er tegen journalisten gezegd. De aanwezige voorlichters wilden niet de verantwoordelijkheid nemen om welke informatie dan ook te geven of geruchten te bevestigen of te ontkennen.
De voorlichters beschikten wel over informatie uit de eerste hand. De onderofficier voorlichting was tot twee keer toe zelf op de plaats van het ongeval geweest. Hij constateerde omstreeks 18.50 uur dat er zes doden geborgen zijn; bij zijn tweede bezoek (omstreeks 19.45 uur) was het aantal doden opgelopen tot 31.
Het is duidelijk dat het uitgangspunt bij de informatieverstrekking bij ongevallen moet zijn dat alleen bevestigde informatie wordt gegeven. Deze informatie moet uitgaan van de leiding van de ongevalsbestrijding. Over deze geconformeerde en geautoriseerde informatie beschikte men in het perscentrum niet.
Het niet verstrekken van wel bekende informatie kan echter gemakkelijk leiden tot geruchten. Het niet tijdig corrigeren of bevestigen van die geruchten leidt tot verkeerde informatie. Het volgende bericht werd, bijvoorbeeld, rechtstreeks om 20.15 uur door Omroep Brabant uitgezonden vanuit het perscentrum op de vliegbasis:

Het zou gaan om een toestel dat militairen heeft opgehaald uit Villafranca. De basis in Italië, waar militairen onder andere hebben deelgenomen aan NAVO-acties boven het voormalig Joegoslavië. Als dat zo is dan, ik moet een beetje oppassen om geen paniek te gaan kweken, dan zou het eventueel kunnen gaan om een toestel wat daar militairen uit Volkel heeft opgehaald. Dit is volstrekt onbevestigd bericht. Wat we wel bevestigd hebben gekregen is dat de voorlichter van de Vliegbasis Volkel onderweg is naar Eindhoven. Dat zou het alleen maar versterken. Nogmaals we moeten oppassen om geen geruchten te maken.
Dit soort berichten gebaseerd op geruchten veroorzaakt grote onrust bij mogelijke verwanten.
Verklaring van de commandant van de vliegbasis.

Om 20.21 uur gaf de commandant van de vliegbasis een verklaring af (zie bijlage D, foto 4). Over de inhoud van de persverklaring was overleg geweest met het plv. hoofd luchtmachtvoorlichting in Den Haag. De commandant bevestigde in de verklaring dat het gaat om een Belgische Hercules die terugkeerde van Villafranca. Hij meldde dat er op dat moment 26 doden en 11 gewonden zijn en 4 nog onbekend. Hetgeen op dat moment achterhaalde informatie was. De precieze aantallen doden en gewonden waren toen reeds bekend.
In het bericht ontbreken gegevens over de inzittenden. Het gegeven dat het gaat om het fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht was hem wel bekend. Al voor 19.00 uur hadden journalisten bij de poort van de vliegbasis gesproken met de chauffeur van de bus die het muziekkorps terug moest brengen naar Vught (de standplaats van het fanfarekorps van de landmacht).
Na de verklaring werd er geen gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen. Op de vragen die de journalisten alsnog stellen, zoals betreft het een muziekkorps en mogen de fotografen ter plaatse werden geen antwoorden gegeven.

Informatieverstrekking door het gemeentelijk beleidsteam/operationeel team.
In het rampbestrijdingsplan is een aparte voorlichtingsparagraaf opgenomen waarin benadrukt wordt dat het voorlichtingsbeleid bij een ongeval volgens scenario 3 bepaald wordt door het beleidsteam. Van een adequaat beleid kon in dit geval geen sprake zijn zonder overleg met de militaire autoriteiten en voorlichters. De loco-burgemeester heeft bij zijn bezoek aan de plaats van het ongeval in de vooravond niet de nodige contacten voor dat overleg gelegd. Gedurende de hele avond is van de zijde van het beleidsteam/operationeel team getracht om de commandant van de vliegbasis te bereiken. Dat is niet gelukt. Rechtstreeks (telefonisch) contact met het perscentrum op de vliegbasis is er niet geweest. Het ter plaatse sturen van een van de op het beleidscentrum aanwezige voorlichters werd niet overwogen.
De loco-burgemeester en de voorlichter van de gemeente woonden de persconferentie op de vliegbasis bij. Zij hebben voor of na deze persconferentie niet aan de autoriteiten van de vliegbasis te kennen gegeven dat zij niet in staat waren uitvoering te geven aan hun verantwoordelijkheden. Zij hebben nagelaten de hun toegedachte rol op te eisen.

Het hoofd voorlichting van de regionale politie coördineerde de voorlichting in het beleidsteam in de brandweerkazerne van Eindhoven. Het hoofd voorlichting van de gemeente werd niet gealarmeerd.
Het beleidsteam/operationeel team had regelmatig contact met de commandant rampterrein. Men beschikte verder over weinig informatie. Het was het beleidsteam/operationeel team niet bekend dat de commandant vliegbasis om 20.21 uur een persverklaring had afgegeven.
In de brandweerkazerne werd een perskamer ingericht. De ruimte werd voorzien van een aantal extra telefoons. De aanwezige journalisten kregen geen informatie. Er werd verwezen naar een persconferentie die om 22.45 uur zou worden gegeven in de brandweerkazerne. Deze persconferentie werd echter omstreeks 22.10 uur geannuleerd. De meeste aanwezige journalisten vertrokken toen met spoed naar de vliegbasis.

Persconferentie.
In het perscentrum op de vliegbasis had men omstreeks 22.00 uur van een journalist van het nieuwsprogramma NOVA gehoord dat er ook op de brandweerkazerne van Eindhoven een persconferentie zou worden gegeven. Om ongeveer 22.05 uur had de staatssecretaris van Defensie telefonisch contact met de loco-burgemeester in het gemeentelijk coördinatiecentrum in de brandweerkazerne van Eindhoven. De loco-burgemeester besloot om de persconferentie daar af te gelasten en deel te nemen aan de persconferentie op de vliegbasis.
De persconferentie begon met een verklaring van de staatssecretaris. De volledige tekst van de verklaring van de staatssecretaris is opgenomen in bijlage A, Reconstructie hulpverlening. Deze verklaring bevatte alle relevante informatie die op dat moment bekend was. De informatie over het ongeval was niet recent. De informatie was al langer beschikbaar en had al opgenomen kunnen zijn in de verklaring die de commandant van de vliegbasis twee uur eerder (20.21 uur) had afgelegd. Aan de hulpverlening op het ongevalsterrein werd in de verklaring geen aandacht besteed. Hierover werden ook geen vragen gesteld.
Na de verklaring van de staatssecretaris was er ruim de gelegenheid tot het stellen van vragen. De persconferentie werd in een beperkte ruimte geïmproviseerd en had daardoor een chaotisch karakter (zie bijlage D, foto 6). Ondanks dat was het een inhoudelijk goede persconferentie.
De commandant rampterrein arriveerde direct na de persconferentie in het perscentrum. Hij werkte mee aan verschillende interviews over de hulpverlening op het ongevalsterrein.

Rol van de pers.
De regionale pers en met name Omroep Brabant heeft een speciale rol in de rampenbestrijding. Bij een ramp heeft Omroep Brabant de functie van rampenzender. Dat wil zeggen dat via deze zender de bevolking door de overheid geïnformeerd zal worden over de ontwikkelingen van de ramp en de rampenbestrijding. Dat kan inhouden dat de bevolking gewaarschuwd wordt en dat er aanwijzingen worden gegeven over de wijze waarop de bevolking dient te reageren. In dit geval was er geen sprake van een ramp, die gevaar voor de bevolking met zich meebracht, maar van een groot ongeval zonder gevaar voor omwonenden. Toch is het goed denkbaar om bij grotere incidenten, zoals dit ongeval wel in te spelen op de situatie.
Omroep Brabant was van 19.00 tot 23.00 uur continu in de lucht met een extra uitzending.
Het merendeel van de niet-parate hulpverleners, die een functie hadden in de ongevalsbestrijding werden niet gealarmeerd door de eigen dienst maar hoorden van de media (met name Omroep Brabant) dat er een vliegtuigongeval op de Vliegbasis Eindhoven had plaatsgevonden en gingen (al dan niet na verificatie bij hun dienst) op eigen gelegenheid naar de vliegbasis.
Het overgrote deel van de verwanten van de inzittenden kreeg hun eerste informatie ook via de media. Daarna waren zij nog lange tijd aangewezen op de informatie die door de media werd gegeven.
Van de zijde van zowel de civiele overheid (perskamer in de brandweerkazerne) als de militaire overheid (perscentrum op de vliegbasis) werd, ondanks de verzoeken van de aanwezige radiojournalisten, geen enkele medewerking verleend om invulling te geven aan de bijzondere rol die de regionale omroep heeft in het gebied. Om 19.35 uur, bijvoorbeeld, meldde de journalist van Omroep Brabant in de directe uitzending vanuit het perscentrum op de vliegbasis dat hij niets nieuws te melden heeft. Er is een persconferentie aangekondigd en hij hoort ambulances in de verte rijden.
Er werd de eerste uren geen informatie verstrekt. Ook voor verwanten van de slachtoffers relevante informatie werd niet bevestigd. Het goed en tijdig informeren van de verwanten via de media had de informatienummers, die voor de verwanten ingesteld waren aanzienlijk kunnen ontlasten.
Men was zich kennelijk niet bewust van de bijzondere positie van de regionale pers

8.3 Conclusies
Afstemming van gemeente en defensie.
De betrokkenen bij het voorlichtingsproces (leidinggevenden bij de gemeente en defensie en hun voorlichters) waren onvoldoende bekend met de bepalingen over voorlichting in het rampbestrijdingsplan.
De contacten tussen gemeente en defensie die noodzakelijk waren voor het ontwikkelen van een voorlichtingsbeleid door het beleidsteam van de gemeente bij dit ongeval zijn niet tot stand gekomen. Er ontstonden twee centra (perscentrum vliegbasis en het gemeentelijk coördinatiecentrum) waar dezelfde voorlichtingsactiviteiten plaatsvonden.
De vertegenwoordigers van de gemeente manifesteerden zich op dit terrein onvoldoende, waardoor defensie een dominante rol in de voorlichting kreeg.

Rol van de pers in de rampenbestrijding.
In de eerste uren trad men erg terughoudend op met het informeren van de aanwezige pers.
Bij de voorlichting aan de pers realiseerde men zich onvoldoende, dat het verstrekken van informatie een belangrijke rol speelt bij het informeren van de verwanten en bij het alarmeren van niet-parate hulpverleners.
Het niet bewust betrekken van de regionale omroep bij de informatieverstrekking aan de bevolking is een gemiste kans.