nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 3

Eerste onderzoeksrapport vliegramp Eindhoven 15 juli 1996 – Hoofdstuk 3: Preparatie

3.1 Plannen
3.2 Voorschriften
3.3 Uitwerking van het rampbestrijdingsplan op dienstniveau
3.4 Opleiding en training
3.5 Materieel en materiaal
3.6 Analyse
3.7 Conclusie

In dit hoofdstuk worden die preparatieve aspecten belicht, die verband houden met de in dit rapport besproken onderwerpen.
Algemene conclusies en aanbevelingen over de preparatieve aspecten kunnen pas gegeven worden als alle preparatieve aspecten onderzocht zijn. Deze algemene conclusies en aanbevelingen zullen daarom pas in een vervolg op dit rapport worden vermeld.

Onder preparatie wordt verstaan de daadwerkelijke voorbereiding op de te nemen acties bij eventuele ongevallen. Concreet betekent dit:
* Het maken van plannen, zoals in dit geval het rampenplan van de gemeente Eindhoven, een rampbestrijdingsplan Welschap en een calamiteitenplan Welschap.
* Het maken van voorschriften ten aanzien van bijvoorbeeld de sterkte van de brandweer.
* De uitwerking van het rampbestrijdingsplan op dienstniveau, zoals instructies voor centralisten, bereikbaarheidskaart Welschap, plattegrond crashgebied A, crashkaart van de Hercules C130.
* Het zorgdragen voor goed opgeleide en getrainde medewerkers.
* Het zorgdragen voor en het instandhouden van op de te verrichten taken afgestemd materieel en materiaal.

Voor een verklaring van de begrippen zie bijlage B.

In het belang van een goede analyse van de in de hoofdstukken 4 t/m 7 beschreven gebeurtenissen, worden bepaalde preparatieve aspecten soms (ook) daar behandeld.

3.1 Plannen
Rampenplan van de gemeente Eindhoven.
Het rampenplan van de gemeente Eindhoven is voor dit (deel)rapport niet van belang. In een vervolg op dit rapport zal het rampenplan wel aan de orde komen.

Rampbestrijdingsplan Welschap.
Dit plan is ontstaan onder regie van de gemeente Eindhoven met medewerking van de Vliegbasis Eindhoven (militair deel van de luchthaven), Eindhoven Airport (civiel deel van de luchthaven) en de Koninklijke Marechaussee. Het plan is op 24 maart 1995 vastgesteld door de burgemeester van Eindhoven.
Dit plan beschrijft een negental scenario’s, drie voor vliegtuigongevallen, drie voor andere ongevallen en drie voor geweldsdelicten. Het plan geeft tevens aan wanneer de overheidsdrempel overschreden is.
Bij bepaalde scenario’s wordt de assistentie van hulpverlenende instanties van de gemeente Eindhoven niet nodig geacht. Deze scenario’s liggen beneden de overheidsdrempel. Wordt de zogenaamde overheidsdrempel (alsnog) overschreden, dan moeten de hulpverlenende instanties van de gemeente Eindhoven worden gealarmeerd. Een functionaris van de gemeente Eindhoven wordt dan belast met de algehele leiding met betrekking tot het ongeval. In alle gevallen behoudt de burgemeester van Eindhoven zijn verantwoordelijkheden. Ten aanzien van vliegtuigongevallen onderkent het plan drie scenario’s:

scenario 1: een vliegtuigongeval met (vermoedelijk) maximaal twee
scenario 2: een vliegtuigongeval met (vermoedelijk) tussen de drie en tien slachtoffers;
scenario 3: een vliegtuigongeval met (vermoedelijk) meer dan tien slachtoffers

Bij de scenario’s 2 en 3 is de overheidsdrempel overschreden.
Niettemin moet ook bij scenario 1 een melding aan de Eindhovense brandweer plaatsvinden, omdat bij dat scenario de officier van dienst gealarmeerd moet worden.
Een Hercules wordt gevlogen door een bemanning van minimaal vier personen, zodat in het onderhavige geval minimaal scenario 2 van toepassing is, waarbij dan automatisch de overheidsdrempel overschreden wordt.
Het rampbestrijdingsplan Welschap bevat voor elke betrokken dienst een actieplan. In een dergelijk actieplan is opgenomen, welke acties de betreffende dienst moet uitvoeren. Die acties kunnen per scenario verschillend zijn. Diverse diensten hebben hun actieplan weer ‘vertaald’ in deel-actieplannen. Een deel- actieplan is bijvoorbeeld een instructie voor de centralist. In deze instructie staan alleen de voor de werkzaamheden van de centralist relevante zaken, zoals welke eenheden en welke personen er gegeven een scenario gealarmeerd moeten worden.

Calamiteitenplan Welschap.
Het calamiteitenplan Welschap is een ‘vertaling’ van het rampbestrijdingsplan Welschap voor gebruik op de luchthaven. Het bevat evenals het rampbestrijdingsplan Welschap de negen scenario’s en het actieplan voor de Vliegbasis Eindhoven/Eindhoven Airport.

3.2 Voorschriften
De minister van Binnenlandse Zaken, die in zijn algemeenheid verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de brandweerzorg en rampenbestrijding in Nederland, geeft geen voorschriften omtrent de sterkte van een gemeentelijke brandweer. De brandweerzorg in een gemeente berust bij burgemeester en wethouders.
De sterkte van de brandweer in de gemeente Eindhoven is vastgelegd in de Organisatieverordening brandweer 1987. Dit vloeit voort uit artikel 1, tweede lid van de Brandweerwet 1985.
De burgemeester heeft bij de daadwerkelijke bestrijding van een ongeval het opperbevel, hetzij krachtens artikel 174 van de Gemeentewet, hetzij krachtens artikel 11, eerste lid, van de Rampenwet.

3.3 Uitwerking van het rampbestrijdingsplan op dienstniveau
Instructies voor de centralisten.
De instructies voor de centralisten, zowel militair als civiel hebben tot doel de alarmering van eenheden en personen op een snelle en doeltreffende manier te laten verlopen. Meestal is per scenario aangegeven welke eenheden en personen er gealarmeerd moeten worden. In hoofdstuk 4 ‘Melding en alarmering van de hulpverleningsdiensten’ wordt op de instructies voor de centralisten teruggekomen.

Bereikbaarheidskaart Welschap / plattegrond crashgebied A.
De bereikbaarheidskaart Welschap en de plattegrond van het crashgebied A vervullen min of meer dezelfde functie, namelijk: dienen als routekaart met daarbij informatie die voor een doeltreffende ongevalsbestrijding van belang is. De bereikbaarheidskaart Welschap is bestemd voor de Eindhovense brandweer en de plattegrond van het crashgebied A is bestemd voor de vliegbasis-brandweer.
Op de kaarten zijn belemmeringen, zoals greppels niet aangegeven. De bereikbaarheidskaart Welschap geeft wel informatie over de scenario’s, maar de grenzen van de scenario’s worden niet aangegeven.

Crashkaart Hercules C130.
De crashkaart van de Hercules C130 is op de voertuigen van de vliegbasis-brandweer aanwezig en wordt voornamelijk gebruikt tijdens korte bezoeken aan een Hercules op het platform. Tijdens deze oriënterende bezoeken worden toegangen geopend en andere zaken bekeken, die bij een eventuele crash van belang kunnen zijn.
De informatie op de crashkaart Hercules C130 is toereikend.

3.4 Opleiding en training
Opleidingen.
In zijn algemeen kan gesteld worden, dat de hulpverleners de voor hun functie geldende opleiding met goed gevolg hebben doorlopen.
Voor de functie van centralist van de vliegbasis-brandweer ontbreekt een specifieke opleiding.
Voor een overzicht van de gevolgde opleidingen zie bijlage D.

Training met betrekking tot de vliegtuigbrandbestrijding.
Ten aanzien van de training is door de onderzoekers vastgesteld dat het personeel van de vliegbasis-brandweer regelmatig getraind wordt in vliegtuigbrandbestrijding. Hierbij worden ook de reddingsacties beoefend. Voor een overzicht van trainingen zie eveneens bijlage D.
Op de Vliegbasis Eindhoven zijn twee Nederlandse Hercules C130- vliegtuigen gestationeerd. Ondanks verzoeken van de Commandant brandweer van de vliegbasis heeft een (inzet)oefening op een Hercules (nog) niet plaatsgevonden. Wel zijn er oriënterende bezoeken aan een Hercules afgelegd.
De Eindhovense brandweer heeft in de maanden mei en juni van dit jaar gezamenlijk met de vliegbasis-brandweer geoefend op onder andere een F27-vliegtuig in de passagiersuitvoering.
Ook is er op 15 april van dit jaar een grootschalige oefening gehouden met 30 Lotus-slachtoffers. Hierbij zijn geen hulpverleningsdiensten van de gemeente betrokken geweest.
Door de onderzoekers zijn geen schriftelijke evaluaties van oefeningen aangetroffen.

3.5 Materieel en materiaal
Door de onderzoekers is vastgesteld, dat het door de hulpverleners ingezette materieel en gebruikte materiaal overwegend op de te verrichten taken was afgestemd.
Bij de bestrijding van dit soort ongevallen worden er altijd kleine onvolkomenheden vastgesteld met betrekking tot het materieel en materiaal. Deze kleine onvolkomenheden hebben geen wezenlijke invloed gehad op de hulpverleningsactiviteiten.
In de interne evaluaties van de diensten zal aandacht worden besteed aan deze onvolkomenheden en zullen, indien noodzakelijk, voorstellen tot verbetering worden gedaan.

3.6 Analyse
Door zowel de civiele als militaire autoriteiten is onderkend, dat op de Vliegbasis Eindhoven/ Eindhoven Airport ongevallen kunnen gebeuren die een goede afstemming tussen civiele en militaire hulpverlenende instanties vooraf noodzakelijk maken. De samenwerking tussen al deze instanties is in een aantal documenten, zoals het rampbestrijdingsplan Welschap, vastgelegd. Bovendien zijn er door diverse hulpverleningsinstanties operationele ‘vertalingen’ gemaakt.

Er is wel geoefend, maar tot een grootschalige oefening met alle gemeentelijke hulpverleningsdiensten is het (nog) niet gekomen.

3.7 Conclusie
Aan de preparatieve aspecten met betrekking tot de primaire hulpverlening bij een vliegtuigongeval op de Vliegbasis Welschap/Eindhoven Airport is door alle diensten aandacht besteed.
In het algemeen hebben de hulpverleners de voor hun functie bestemde opleiding(en) met goed gevolg doorlopen. De centralisten van de vliegbasis-brandweer hebben geen specifieke opleiding voor centralist gevolgd.
Het materieel en materiaal zijn in belangrijke mate op de te verrichten werkzaamheden afgestemd.