nationaal brandweer documentatie centrum

Hoofdstuk 2 – Korte beschrijving van de crash

Dakota-incident Waddenzee – onderzoeksrapport – 25 september 1996 – hoofdstuk 2 – Korte beschrijving van de crash

Opschaling van de hulpverlening bij slachtoffers op zee
De omschrijving in dit hoofdstuk is mede ontleend aan twee informatiebulletins van de Raad voor de Luchtvaart betreffende het Dakota-incident. Het onderzoeksteam van de Raad voor de Luchtvaart heeft de betrokkenen bij het ongeval hiermee op de hoogte gesteld van de tot april 1997 vastgestelde feiten.

Korte beschrijving van de crash
Op 25 september 1996 is de Dakota PH DDA van de Dutch Dakota Association op een normale wijze vertrokken van Texel International Airport Holland. Het toestel had, zoals later is gebleken, zes bemanningsleden en 26 passagiers aan boord. Drieëntwintig passagiers waren werkzaam bij de dienst Wegen, Verkeer en Vervoer van de provincie Noord-Holland en drie bij Ballast Nedam. Kort na het vertrek heeft de bemanning aan Texel International Airport Holland problemen met een motor gerapporteerd. Omstreeks 16.36 uur heeft de bemanning contact opgenomen met de verkeersleiding van Marinevliegkamp De Kooy en op rustige wijze medegedeeld: ‘We want to make an emergency landing on The Kooy’. Tevens deelde de bemanning mede dat men de linkermotor in de ‘vaanstand’ had gezet. Dit houdt in dat de betrokken motor is afgezet en dat de bladen van de propeller in een zodanige stand zijn gedraaid dat zij de minste luchtweerstand opleveren. Het vliegen op één motor is op zich geen directe noodsituatie; het vliegtuig kan de vlucht voortzetten en een veilige landing maken. De vlieger heeft geen melding gemaakt van enig probleem, anders dan de afgezette motor.

Het vliegtuig bevond zich ten tijde van de melding op een positie ongeveer 22 km ten noordoosten van ‘De Kooy’ op een hoogte van circa 180 m boven de Waddenzee.

Op aanwijzing van de verkeersleiding van ‘De Kooy’ is het vliegtuig in de richting van het vliegkamp gedraaid. Dit wordt bevestigd door de radarbeelden. De radarbeelden tonen ook dat het vliegtuig even later van zijn koers afweek, snelheid verloor en vervolgens van het radarscherm verdween. De verkeersleiding heeft nog wèl het aantal personen aan boord gevraagd, maar de bemanning heeft dit niet meer door kunnen geven.

Door de lage neusstand en de hoge daalsnelheid bij de inslag is het voorste deel van de romp zeer sterk samengedrukt. Hierbij is de onderzijde van het vliegtuig zwaar beschadigd.

Uit het technisch onderzoek is gebleken dat het vliegtuig in een goede staat van onderhoud verkeerde. Een van de mogelijke oorzaken van het ongeval is dat het vaanstandsysteem van de linker propeller niet naar behoren heeft gewerkt.