Brandweerongevallen

OMGEKOMEN BRANDWEERLIEDEN IN NEDERLAND 03-20

Dit overzicht is opgedeeld in 5 onderdelen

  • Statistieken
  • Ongevallen bij de brandweer
  • Tweede Wereldoorlog
  • Na-oorlogse ongevallen
  • enige statistische gegevens

STATISTIEKEN

Volgens de Statistieken der Branden/Brandweerstatistieken van het CBS zijn in de afgelopen jaren de volgende aantallen brandweerlieden omgekomen bij brand:

19401950  01960  01970  21980  11990  32000  42010 1
19411951  51961  01971  51981  11991  02001  02011 0
19421952  11962  01972  01982  21992  32002  02012 0
19431953  01963  01973  11983  11993  32003  32013 0
19441954  01964  01974  01984  11994  02004  02014 0
19451955  21965  11975  01985  01995  32005  02015 0
19461956  11966  11976  01986  01996  02006  02016 0
19471957  11967  01977  31987  31997  02007  02017 0
1948  01958  11968  11978  01988  01998  22008  32018 0
1949  21959  21969  31979  01989  11999  02009  02019 0

Helaas geven de statistieken geen volledig betrouwbaar beeld:

  • brandweerlieden die ernstig gewond raakten en later overleden zijn, worden (vooral in de beginjaren) niet meegeteld;
  • brandweerlieden van bedrijfsbrandweren zijn soms wel en soms niet meegeteld;
  • brandweerlieden die op weg naar de brandweergarage of naar brand, bij hulpverleningen of loos alarm zijn omgekomen, zijn niet altijd bekend.

Van sommige ongevallen zijn (nog) geen volledige gegevens voorhanden. Daar waar de gegevens onvolledig zijn, is een * aangebracht.

De vermelde datum is zoveel mogelijk die van de gebeurtenis, die tot het overlijden aanleiding heeft gegeven.

In het onderstaande overzicht worden alle brandweerlieden vermeld, die in en door hun werk zijn omgekomen. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in de activiteiten waarmee zij bezig waren.

Ook wordt geen onderscheid gemaakt naar het dienstverband.

Voor vermelding op het Nationaal Brandweermonument gelden andere criteria, zie daarvoor www.brandweermonument.nl.

Ongevallen met personeel van de Luchtbeschermingsdienst (LBD) en Bescherming Bevolking (BB) zijn niet in deze overzichten vermeld, behalve als deze plaatsvonden bij het uitvoeren van brandweertaken.

Voor eventuele aanvullingen houdt het NBDC zich graag aanbevolen. Zie www.nbdc.nl.

Incident schuin geschreven: incident/namen zijn vermeld op het Nationaal brandweermonument.

De volgende fatale ongevallen met brandweerpersoneel zijn tot op heden door het NBDC getraceerd:

ONGEVALLEN BIJ DE BRANDWEER

  • 1635

Bij de bestrijding van de brand in de stadsvolmolen in de voormalige kapel van het Agnietenklooster aan de Vloeddijk in Kampen raakt Johan van Greven zodanig gewond, dat hij later aan zijn verwondingen bezwijkt.*

  • 5 december 1658

Tijdens de blussing van een felle brand in een groot koopmanshuis aan de Oude Schans bij de Dijkstraat te Amsterdam, stort plotseling de gevel in, waardoor degenen die de ervoor staande brandspuit (met vaste straalpijp) bedienen, verpletterd worden. Vijf worden op slag gedood en drie anderen, onder wie stadsfabriekmeester Dirk Wynantsz. Beets, bezwijken later aan de opgelopen verwondingen.*

  • 25 oktober 1670

Tijdens de nablussing van een grote brand in een graankopershuis en zes andere panden op het Nieuw Eiland (Waalseiland) op de hoek van de Nieuwe Bantammerstraat in Amsterdam, stort een muur in, waardoor drie blussers om het leven komen. *

  • 11 mei 1772

Tijdens de blussing van de rampzalige brand tijdens een voorstelling in de Schouwburg aan de Keizersgracht te Amsterdam, waarbij 18 bezoekers omkomen, valt de pijpgast G. Kuik van het dak en overlijdt ter plaatse.

  • 8 maart 1822

Tijdens het leiden van de blussing van de brand in de spits van de Martinitoren in Groningen, veroorzaakt door blikseminslag, wordt de directeur van politie mr. P. Rosier van Wantum getroffen door een neerstortend stuk hout.Twee dagen later bezwijkt hij aan zijn verwondingen. J. Kraus en  wateraanbrenger G. Bontekoe worden op slag gedood.

  • 23 tot en met 26 september 1830

Aan de gevechten tegen het Nederlandse leger, die in en rond het Brusselse park in Brussel (toen nog een deel van Nederland) worden gevoerd, nemen ook gewapende leden van de beroepsbrandweer van Brussel deel. Vijf van hen verliezen daarbij het leven: korporaal X. Lathuy wordt op de 23e geraakt en overlijdt op 4 oktober. Brandweerman H. Delathuy sneuvelt op de 23e. Brandweerlieden  A.C.

Gerard en G. Schal worden op de 26e geraakt en overlijden de volgende dag. Van brandweerman E. Timolas ontbreken de gegevens.

  • 19 september 1839

Tijdens de blussing van een brand in de rijtuigenfabriek van E. Visser jr. en vijf woonhuizen in de Kerkstraat bij de Spiegelstraat in Amsterdam, raken twee leden van het Brandwezen gewond door vallende stenen. Eén van hen, spuitgast J. Klinkert, overlijdt op 21 september aan zijn verwondingen.

  • 15 oktober 1849

Bij de nablussing van de uitslaande brand in het kantoor van de handelaren in kerksieraden van Van Bommel en Impens aan de Houttuin bij de Steiger in Rotterdam, valt de spuitgast A. van Smalen door een loszittende steen van het dak en overlijdt ter plaatse.

  • 25 februari 1859

Bij het instorten van een gevel bij de grote brand in twee pakhuizen aan de Brouwersgracht UU-587588 (180) te Amsterdam wordt de 1e brandmeester C. van der Horst op slag gedood door de vallende stenen.

  • 15 juni 1860

Op die dag vat de zolder van het stromagazijn van de Prins Frederikkazerne aan de Amelandsdwinger in Leeuwarden vlam. Tijdens de blussing valt brandmeester J. ter Horst uit de goot van het kazernegebouw naar beneden en overlijdt ter plaatse.

  • 11 januari 1874

Bij een grote brand in een complex lompenpakhuizen aan de Jooden Houttuinen Q-124 (44) te Amsterdam raken sectiebrandmeester L. van Asdonk, assistent-pijpvoerder S.M. Morpurgo en de hulpvaardige burger C. Hartland bedolven onder een instortende muur en daarbij dodelijk gewond.

  • 7 april 1879

Na het brandalarm in Mook spoedt R.H.M. Roelofs zich met paard en losse kar naar de brandspuit, maar valt na een schrikreactie van het paard voorover van de kar en raakt dodelijk gewond.

  • 28 juni 1880

Tijdens de blussing van een gevaarlijke brand in de pelmolen De Witte Kolk van P. Couwenhoven aan de Kalverringdijk in Zaandam, raakt bij het waterscheppen P. Blijenberg te water in de Poel en verdrinkt, doordat hij in de drukte niet wordt opgemerkt.

  • 9 maart 1881

Tijdens een brand in een schuur bij bakker Hester in de Dorpsstraat te Apeldoorn worden twee vrijwillige brandweerlieden en een omstander geraakt door een omvallende brandende wand. De burger overlijdt dezelfde dag en één van de brandweerlieden, ene Westerbroek, bezwijkt de volgende dag aan zijn verwondingen *

  • 26 december 1881

De matroos R. Karssens, die hulp verleent bij de blussing van de grote brand in de graanpakhuizen aan de Noorderhaven in Groningen, valt van een ladder en loopt een zware hoofdwond op, waaraan hij op 31 december in het Academisch Ziekenhuis overlijdt.

  • 14 juni 1882

Tijdens het uitrukken met een handspuit naar een felle brand in een bovenwoning aan de

Gelkingestraat in Groningen wordt de spuitgast J. Meijer in de Groote Kruisstraat getroffen door een beroerte en overlijdt ter plaatse.

  • 21 januari 1883

De vrijwillige 1e spuitgast  J.H. van der Stegen raakt ernstig gewond door het omvallen van een ladder bij de brand in het Roffart’s molenhuis in de Picardie in Venlo. Twee uur later overlijdt hij in het ziekenhuis.

  • 3 juni 1884

De knecht H. Wessel van de heer M.J. IJzerman, smid te Den Haag, valt bij een demonstratie van een door IJzerman uitgevonden vluchttoestel in het klimhuis van de brandweer bij de hoofdwacht Prinsengracht te Amsterdam door een touwbreuk op de binnenplaats. Hij overlijdt enige uren later in het ziekenhuis.

  • 27 mei 1891

Bij het omhalen van een muur tijdens de nablussing van de brand in de bakkerij van H. Schouren te Blerick wordt de vrijwillige brandweerman A.H. Kerp bedolven en overlijdt even later.

  • 3 september 1893

In de avond breekt een felle brand uit aan het Geldelooze pad bij de Zwaanshals te Rotterdam. Vele mensen komen daarop af, waaronder de geaffecteerde van Spuit 26, M.A. Bos, in wiens wijk de brand woedt. Samen met een groot aantal mensen gebruikt hij het overzetveer tussen de Linker Rottekade en de Zwaanshals. Na het afvaren slaat het pontje om, waardoor in totaal tien mensen verdrinken, waaronder Bos.

  • 12 september 1895

Tijdens een grote brand in een pakhuis aan de Haringvliet in Rotterdam raakt een vrouw te water in de Nieuwe Haven. Door het gedrang dat tijdens haar redding ontstaat, raakt de geaffecteerde J. den Baars van Spuit 1 te water. Als hij wordt opgehaald, blijkt hij verdronken te zijn.

  • 3 november 1897

Bij de brand in een houtfabriek aan de Feyenoorddijk 86 te Rotterdam raakt de brandwacht F. Pieterman met zijn benen onder één van de achterwielen van de stoombrandspuit nr. 1, als hij van de zitplaats boven de spuit afspringt. Op 5 november overlijdt hij in het ziekenhuis.

  • 11 december 1898

De brandwacht 1e klasse J. Verkruissen, brandwacht 2e klasse A. van Stikkelerus en de brandwachts 3e klasse W. Brouwer en S. Rem worden getroffen door een instortende muur tijdens de blussing van een zeer grote brand in de Haagse Brood- en Meelfabriek aan het Groenewegje te ‘s-Gravenhage. Brouwer en Rem worden op slag gedood, Van Stikkelerus overlijdt kort na aankomst in het ziekenhuis en Verkruissen overlijdt daar de volgende dag.

  • 16 april 1899

Vrijwillig brandweerman A.A. den Ham van spuit 11 komt om het leven tijdens een oefening in het klimhuis op het terrein van het Abattoir in Rotterdam, als de redladder afbreekt, waaraan de reddingszak is bevestigd, waarin hij zich bevindt.

  • 5 mei 1899

Een raamgordijn in een bovenwoning aan de Van der Takstraat 22 in Rotterdam raakt in brand, maar het wordt direct gedoofd. Op het alarm van de Politie met de brandhoorns rent de geaffecteerde R. Biedema van spuit 5 over de Willemsbrug, maar valt ineens dood neer na een hartverlamming.

  • 24 december 1899

Tijdens zijn ronde in de Stadsschouwburg aan het Leidscheplein te Amsterdam, valt de brandwacht 2e klasse H. Baptist van een trap en overlijdt onmiddellijk.

  • 17 januari 1901

Tijdens de nablussing van een grote brand aan de (Oostelijke) Handelskade, loods AA te Amsterdam raakt de brandwacht 2e klasse H.F. Jansen te water, zonder dat iemand dat merkt, en verdrinkt.

  • 15 juli 1901

In de nacht struikelt de agent 3e klasse J.W.J. Wittebol tijdens het met de brandhoorn alarmeren van de vrijwillige brandweer in de Veerlaan te Rotterdam en komt zodanig ongelukkig ten val dat hij een schedelbreuk oploopt, waaraan hij bijna meteen overlijdt.

  • 23 augustus 1901

De koetsier 1e klasse J.L. Aarsen van Brandweer Amsterdam overlijdt op 29 augustus in het Binnen Gasthuis aan inwendige verwondingen, opgelopen door een trap in zijn buik van een paard tijdens het inspannen voor alarm op de hoofdwacht Honthorststraat zes dagen daarvoor.

  • 6 juli 1906

Tijdens de blussing van een hooibergbrand aan de Nijkerkerstraatweg te Amersfoort wordt de huzaar A.P. Bovenlander in de borst geraakt door een uitschietend mes van een collega, waardoor hij even later in het hospitaal overlijdt.

  • 30 oktober 1906

De 1e brandmeester van de Linker Maasoever P. van der Graaf wordt onwel tijdens de blussing van een scheepsbrand in het s.s. Voorburg aan de Binnenhaven Wz. te Rotterdam. Enkele uren later overlijdt hij thuis, waarschijnlijk aan een beroerte. *

  • 8 april 1910

Brandwacht H.P. Schriek komt om het leven, nadat hij door een instortende gevel wordt bedolven tijdens de blussing van een brand in een aantal pakhuizen van de N.V. Nederlandsche Gistfabriek en Distilleerderij v/h fa. Herman Jansen & Zn. aan de Lange Haven in Schiedam. Twee brandwachts raken licht gewond, maar Schriek overlijdt binnen een kwartier aan een schedelbreuk.

  • 11 juli 1912

Bij een grote brand in het kantoor- en magazijngebouw van de firma H.G. Aikema & Co. aan de Goudschen Singel ZZ 10 te Rotterdam wordt de adspirant-brandweerman W.H. Schadd getroffen door brokken puin van de instortende topgevel. Hij overlijdt voor aankomst in het ziekenhuis.

  • 17 november 1912

Tijdens een grote brand in een complex pakhuizen van Java Produce in de Kampong Baroe te Soerabaja stort een aantal pakhuizen in, waardoor een inlandse spuitgast die er voor staat, wordt verpletterd en pas na enkele dagen kan worden geborgen.*

  • 7 februari 1914

Op zijn vrije dag passeert hoofdbrandwacht F.Th. van Dreven de etalage van de in aanbouw zijnde Bijenkorf aan het Damrak te Amsterdam, waarin de jeugd een vuurtje had gestookt. Tijdens de blussing hiervan valt hij door een gat in de kelder en overlijdt de volgende dag aan zijn verwondingen.

  • 14 november 1914

De geaffecteerde van spuit Nr. 38, J.A. Vink, raakt tijdens de blussing van een brand in een wacht- en schaftlokaal van de RTM aan de Rosestraat in Rotterdam in het water van de Binnenhaven en verdrinkt onopgemerkt.

  • 3 juli 1916

Tijdens de nablussing van een grote brand in de boerenhoeve Gooyenstein aan de Stammerdijk 38 bij de Gaasp in Diemen raakt de spuitgast K. Schipper bedolven onder een instortende muur. Hij overlijdt even later ter plaatse.

  • 27 oktober 1916

Tijdens een demonstratie ter gelegenheid van de oprichtingsvergadering van de Nederlandsche

Brandweer Vereeniging op de Waldeck Pyrmontkade breekt een 24 meter lange mechanische Magirus-ladder van de brandweer Utrecht. Van de drie brandweerlieden, die op de ladder staan, wordt de brandwacht A. Janssen op slag gedood en raakt een ander zwaar gewond.

  • 21 december 1916

Op de terugweg van de grote brand in de gemeentelijke lompenloods aan de Haarlemmerweg 299 raakt de transportauto, waarin hoofdbrandwacht J. Braaksma en vijf brandwachts zitten, na een slip te water in de Haarlemmertrekvaart bij de Van der Duijnstraat te Amsterdam. Hij raakt bekneld onder het voertuig en verdrinkt. Twee brandwachts raken licht gewond.

  • 2 december 1918

De vrijwillige brandweerman G. Veen van Slangenwagen nr. 2 van de brandweer Enschede wordt op weg naar de brandwachtpost aan de Molenstraat door een trein aangereden op de niet-beveiligde overweg van de HIJSM nabij de Bamshoeve en ernstig gewond. Hij overlijdt even later in het ziekenhuis.

  • 6 maart 1919

Na de zeer grote brand in de Oranje-kazerne aan de Mauritskade te ‘s-Gravenhage op 6 maart wordt de hoofdbrandwacht A.N. Kersbergen als gevolg van de grote inspanningen ziek en overlijdt op 22 maart.

  • 17 juli 1919

De auto-slangenwagen van de beroepsbrandweer Batavia slaat op de hoek voor toko Tio Tek Hong te Passar Baroe, op weg naar een grasbrand in Tandjong Priok, over de kop door het losraken van één van de massieve banden. Twee brandweerlieden raken gewond en één van hen, mandoer Imong, overlijdt op 11 augustus in het ziekenhuis.

  • 7 oktober 1919

Op die dag woedt een grote brand in de opslagplaats met blikken petroleum en benzine van de Dordtse Petroleummaatschappij in de kampong Bandan in Weltevreden bij Batavia. Tijdens de blussing stort een muur in, waardoor drie inlandse brandweerlieden van de beroepsbrandweer van Batavia gewond raken. Brandwacht Amang wordt op slag gedood en Atjim raakt zwaar gewond en overlijdt even later in het ziekenhuis.

  • 2 juni 1920

Bij de blussing van een grote binnenbrand in de ENTAM-garage aan de Lange Leidschedwarsstraat 14-16 te Amsterdam raakt de brandwacht J. Parel door de ontploffing van een benzinevat ernstig gewond. Hij overlijdt de volgende dag.

  • 21 augustus 1920

Tijdens de blussing van een brand in de Gemeentelijke Benzinebewaarplaats in de Petroleumhaven te Amsterdam raakt brandmeester J.Th. van der Wouw plotseling onwel en blijkt bij aankomst in het ziekenhuis aan een hartverlamming overleden te zijn.

  • 21 april 1922

De landbouwer A. Timmermans valt tijdens het helpen blussen van een grote bosbrand in Tilburg door de inspanningen plotseling dood neer. *

  • 21 december 1922

Tijdens de blussing van een grote brand in de fabriek van herenmodeartikelen van Maatjes aan het Nieuwe Kerkhof 13 in Groningen stort plotseling de puntgevel neer, waardoor vier brandweerlieden getroffen worden. Eén van hen, de brandwacht 2e klasse W. Kuitert, bezwijkt op 26 december aan zijn verwondingen.

  • 21 oktober 1923

Tijdens de blussing van een brand in de sigarenfabriek van de fa. W. Smulders en Co. aan de Strijpschestraat 80 te Eindhoven stort een muur in, waardoor twee brandweerlieden en de commandant bedolven raken. De commandant, C. van der Harten, overlijdt even later aan zijn verwondingen.

  • 8 oktober 1924

De commandeur van de brandweer J. Goezinne raakt door een misstap te water tijdens de blussing van een grote brand in de stoomzagerij ‘De Gebroeders’ van C. Schuddeboom aan de Westzanerdijk in Zaandam. Hij wordt gered, maar loopt de ziekte van Weil op en overlijdt daaraan op 24 oktober.

  • 17 februari 1925

De autospuit van de post Archimedesstraat raakt tijdens de uitruk naar een brandmelding in een slip na een uitwijkmanoeuvre voor een tram. Daarbij wordt een oude vrouw geraakt, die direct overlijdt. De agent-brandwacht J.A. Groot van de Politie-brandweer in ‘s-Gravenhage raakt ernstig gewond en overlijdt op 21 februari in het ziekenhuis.

  • 1925

In Rotterdam is een brandweerman tijdens het blussingswerk verongelukt. *

  • 17 maart 1925

Bij klimoefeningen met de redladder op de binnenplaats van de kazerne Nieuwe Achtergracht te Amsterdam komt de brandwacht T. Kooij te vallen. Drie dagen later overlijdt hij aan zijn verwondingen.

  • 3 december 1925

Tijdens het lichten van een te water geraakte bespannen petroleumtankwagen uit de

Weespertrekvaart bij de Harteveldschebrug in Diemen, kantelt het hijstoestel van de Stadsreiniging en trekt de brandmeester W. de Vries van Brandweer Amsterdam te water. Als hij wordt bevrijd, blijkt hij te zijn overleden.

  • 13 maart 1926

Commandant A.E. Blok van de Brandweer Amersfoort raakt onwel tijdens een proefrit met de nieuwe autospuit en wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar hij ‘s avonds overlijdt.

  • 21 oktober 1926

Tijdens de terugrit naar het station van Eindhoven na een brandweerdemonstratie verliest de chauffeur van de brandweerauto de macht over het stuur na een uitwijkmanoeuvre en raakt de stoeprand. Eén van de opzittenden, opperbrandmeester P.M. Kuselbos van Breda, wordt van het voertuig geslingerd en komt met zijn hoofd op de stoeprand. Even later overlijdt hij ten gevolge van een schedelbreuk.

  • 9 mei 1927

De brandweerman E. Radstaak wordt direct na thuiskomst van de grote brand in de kurkfabriek van B. Geerdink aan het Kanaal te Apeldoorn, getroffen door een hartverlamming en overlijdt meteen. Kort daarvoor was hij nog benoemd tot erelid.

  • 1928?

In of rond 1928 komt de brandwacht L. Meijer om het leven in ‘s-Gravenhage tijdens een springzeiloefening nadat hij op de rand van het vangzeil terecht komt. Hij overlijdt op 7 april 1928.*

  • 2 november 1928

Tijdens de berginswerkzaamheden na de explosie in de vuurwerkfabriek van Sie Toan Hien op Gadang in Malang, Oost-Java, waarbij tien arbeiders om het leven waren gekomen, wordt de commandant van de brandweer/directeur Gemeentewerken ir. A. Grünberg getroffen door een hartaanval. Hij overlijdt in het ziekenhuis

  • 6 november 1928

Tijdens het assisteren bij het blussingswerk van een brand in de bakkerij van zijn vader in de Veenestraat in Horst (L.), valt P. Camps, met een emmer water in zijn hand, van een trap en raakt ernstig gewond. Op 11 november overlijdt hij in het ziekenhuis.

  • 19 maart 1929

Bij de blussing van een brand in het pompstation van de Bataafsche Petroleum Maatschappij aan de weg Moeara Enim-Lahat op Sumatra, raken zeven leden van de blusploeg gewond bij een explosie. De heer Pescher en drie inlanders overlijden even later aan hun verwondingen.*

  • 7 december 1929

Bij de blussing van de grote brand op en rond de Lange Delft in de binnenstad van Middelburg worden ook militairen ingezet, waaronder de miliciën S.W. Huijsman. Direct daarna verricht hij zijn oorspronkelijke wachtdienst, waarbij hij een ernstige kou vat. Uiteindelijk overlijdt hij op 20 oktober 1930 aan de gevolgen.

  • 13 april 1930

Na de blussing van de brand in en copra-opslagloods van de oliefabriek Arga aan de BinnenKaaimanstraat te Batavia, worden alle brandweerlieden onwel door de verstikkende rook. Eén van hen, de Ambonese brandweerman N. Najoean overlijdt op 28 april in het ziekenhuis.

  • 4 juli 1930

In Rotterdam raakt tijdens een oefening met een Ahrens-Fox autospuit aan de Admiraliteitskade de vrijwillige brandweerman G. Dentro zwaar gewond als de steunstok voor de grote straalpijp los schiet en zijn onderlichaam doorboort. Hij overlijdt even later in het ziekenhuis.

  • 1 augustus 1930

Bij het uitrukken naar een middelbrand in de Pieter Jacobszstraat komt de personeelswagen van

Brandweer Amsterdam tegen een vluchtheuvel op het Frederiksplein, waardoor brandwacht W. van Rooijen van het voertuig wordt geslingerd. Hij komt met zijn hoofd op de trottoirband terecht en overlijdt enige uren later in het ziekenhuis.

  • 19 januari 1931

Tijdens een brand in de kapperswinkel van S. Broesma in Musselkanaal helpt de eigenaar met het halen van de brandspuit, maar hij raakt op onverklaarbare wijze te water en verdrinkt. *

  • 26 september 1931

Tijdens de blussing van een brand in de elektrische emulsie-inrichting van het mijnwerk Louise in Sanga Sanga, Samaranda, Oost-Borneo, wordt de bedrijfsbrandweerploeg door kokende olie getroffen. M.C.A. van Schayk, F.L. Stoops, P.C. Ringeling en H. Kas komen direct om het leven en J.W. Kolkman en C.W. Dikkers overlijden enige uren later.

  • 4 januari 1932

Tijdens een brandje in een zakkenloods bij de oliefabriek De  Vrede van de fa. P.H. Kaars Sijpestein in West-Knollendam, gemeente Wormerveer,  wordt de fabrieksmachinist K. Huisman bij de bediening van de elektrische brandpomp geëlektrocuteerd en overlijdt ter plaatse.

  • 30 mei 1932

Technisch opzichter bij de Reinigingsdienst J.C. van Voorenen wordt getroffen door een hartverlamming als hij zich in de werkplaats aan de Brielschelaan te Rotterdam naar de autospuit spoedt, die gealarmeerd is ter assistentie van slangenwagen 44 bij de blussing van een brand in een autobus aan de Waalhaven Zuidzijde. Hij overlijdt enige ogenblikken later.

  • 13 augustus 1932

Op weg naar de brandende boerderij van Engers op nummer 14 kantelt de handbrandspuit van 1e Exloërmond van de brug over het kanaal. De vrijwillig brandweerman H. Weyer wordt meegesleurd en belandt in het water onder de spuit. Hij wordt snel bevrijd, maar overlijdt op 16 augustus.

  • 22 december 1932

Bij springzeiloefeningen op de binnenplaats van de kazerne Honthorststraat te Amsterdam komt brandwacht Chr. Driessen op de grond te vallen. Vier dagen later overlijdt hij aan zijn verwondingen.

  • 21 augustus 1933

Brandmeester-generaal van de gemeente Assen, J. Baakman, raakt onwel tijdens de

blussingswerkzaamheden van een brand in Peest, gemeente Norg, waarheen het korps ter assistentie was uitgerukt. Na korte tijd overlijdt hij.

  • 9 december 1933

Tijdens de blussing van een felle brand in de meubelwinkel van J. van der Lingen in de Oude Lombardstraat in Gorinchem valt de helpende bewoner van het Diaconie-Armenhuis, J. de Waal, van tien meter hoogte en overlijdt even later in het ziekenhuis.

  • 2 november 1934

Bij een hooibergbrand op de hofstede van de familie Diejen wordt de vrijwillig brandweerman A.M. Vink van Bodegraven door een onverwacht vallende hooibergroede getroffen en op slag gedood.

  • 29 juni 1936

De autospuit  van de Brandweer Almelo rolt bij het uitrijden uit het gebouw van Gemeentewerken van de dijk en sleurt de auto- en motorspuitbediende K. Slagter mee in het kanaal, waardoor deze verdrinkt.

  • 31 oktober 1936

Op die dag vindt een explosie plaats aan boord van de Griekse tanker ‘Petrakis Nomikos’, die voor reparatie in de haven van Wilton Fijenoord in Schiedam ligt. Een half uur later volgt een tweede explosie, terwijl brandweer- en politiepersoneel aan boord is. De brandmeester J. Nieuwenhuijse  wordt op slag gedood. De brandmeester J. van der Plas raakt ernstig gewond en overlijdt de volgende dag. Ook een politieman en 14 anderen komen om het leven.

  • 30 november 1937

Brandmeester M. Post van slangenwagen 35 te Rotterdam wordt op weg naar een bespreking in het secretariaat van de brandweer getroffen door een hartaanval, waaraan hij direct overlijdt.

  • 22 juni 1938

Op weg naar een felle brand bij de Holland Rubber Company aan de Groote Markt te Rotterdam met slangenwagen 23, raakt de onderbrandmeester A.A.M. van Lieshout door de grote inspanning onwel, waarna hij naar huis gebracht wordt. Daar overlijdt hij de volgende dag.

  • 16 september 1939

Tijdens een oefening van de Luchtbeschermingsbrandweer in de Obistraat in Haarlem, overlijdt de heer J.J. Kloos, gepensioneerd brandweerman, maar actief lid van de LBD, aan een hartverlamming. 11 oktober 1939

De heidebrandweerwagen van de Brandweer Hilversum wordt op weg naar een oefening op de Vaartweg bij de Hondebrug aangereden door een vrachtauto die geen voorrang verleent, waarop de brandweerwagen tegen enige bomen oprijdt. Alle tien inzittenden worden naar buiten geslingerd, waarbij er vijf zwaar- en vijf licht gewond raken. De brandwacht J.G. Umans overlijdt op 19 oktober aan de gevolgen van zijn verwondingen.

  • 3 december 1939

Bij de blussing van een gevaarlijke brand in het mailschip m.s. Jagersfontein, dat met 130 passagiers onderweg is naar Batavia, raakt de 4e stuurman Visscher bedwelmd en overlijdt even later. De brand woedt op het traject tussen Dakar en Kaapstad*.

TWEEDE WERELDOORLOG

  1. mei 1940

In de vroege ochtend worden de brandmeester A. Hill en brandwacht J. Eijlander van de beroepsbrandweer Amsterdam dodelijk getroffen door bomscherven tijdens de blussing van grote branden door bombardementen op de luchthaven Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer.

In dezelfde ochtend, tijdens het blussen van een brand aan de Antoniuslaan te Blerick, ontstaan door beschietingen, wordt de onderbrandmeester P.H.M. Clevis van het vrijwillige korps, door een granaatscherf dodelijk getroffen als hij bezig is met de waterwinning uit de Maas.

Eveneens op 10 mei sneuvelen in Rotterdam de brandmeester L. de Koning van slangenwagen 52 en onderbrandmeester D.J. Bosman van spuit 43 bij het vliegveld Waalhaven als de Ahrens Fox 1, die zij bemannen, getroffen wordt door een bom. Bosman overlijdt op 11 mei. Chauffeur W. Verschoor van de Ahrens Fox van de Brielschelaan is met zijn voertuig uitgerukt naar een melding van brandende (Maas)bruggen en wordt onderweg beschoten in de Putsche Bocht nabij het Afrikaanderplein. Hij  wordt dodelijk getroffen door (mogelijk Nederlands) geweervuur.

  1. mei 1940

De schipper van de blusboot Havendienst V van de Brandweer Rotterdam, M. Rotgans, wordt door geweervuur gedood als hij samen met drie andere blusboten op weg is naar het brandende schip S.S. Statendam.

14 mei 1940

Opzichter H.B. Burghoorn van de vrijwillige brandweer Dordrecht wordt aan boord van de drijvende motorspuit op de Merwede te Dordrecht door een kogel dodelijk getroffen.

17 mei 1940

In Middelburg raken twee brandweerlieden gewond door granaatscherven tijdens de blussing van één van de vele branden in de Lange Delft na een beschieting op de binnenstad. Een in de stad logerende helper, F.K. Heijnen, wordt eveneens getroffen en overlijdt direct.

29 juni 1940

De vrijwillige adspirant-brandwacht G. Cupido van slangenwagen 35 komt om het leven tijdens een geallieerd bombardement op een legerdepot in de Rotterdamse Lloyd aan de Lloydkade in Rotterdam.

11 oktober 1940

De beroepsbrandwacht J.H. van Leersum en de hulpbrandwachts W. Monteban, J.J. Westbroek en T. ten Wolde van de brandweer Amsterdam worden op het Planetenplein getroffen door bomscherven tijdens het uitrukken gedurende een bombardement op Tuindorp Oostzaan in Amsterdam. Monteban en Westbroek worden op slag gedood, Ten Wolde overlijdt de volgende dag en Van Leersum op 15 oktober. Ook het blokhoofd van de LBD A.Th. Woudenberg raakt dodelijk gewond.

4 juni 1941

Brandmeester A.E.J. Lakke van de vrijwillige brandweer Meppel wordt getroffen door een hartaanval als hij aankomt bij een uitslaande brand in de DABO-busgarage aldaar. Hij overlijdt direct.

14 juli 1941

Op de oprichtingsdag van de beroepsbrandweer van Eindhoven, botst de manschappenwagen op weg naar een oefening na een uitwijkmanoeuvre tegen een lantaarnpaal op de hoek van de Aalsterweg en de Leenderweg, waardoor brandwacht J.J. van Swaemen wordt gedood en vijf collega’s zwaar- en negen lichtgewond raken.

19 augustus 1941

Op die dag overlijdt de beroepsbrandwacht P. Nouwen van Rotterdam ten gevolge van een longontsteking, opgelopen bij een brand. *

30 augustus 1941

Wachtmeester W. Ollesch van het Duitse brandweerregiment ‘Sachsen’ komt om het leven bij de bestrijding van de langdurige en gevaarlijke brand in het koelschip Zuiderdam in de uitrustingshaven van de werf Wilton-Fijenoord in Schiedam, die op 28 augustus was veroorzaakt door een Britse luchtaanval en die duurde tot 2 september.

3 oktober 1941

Wachtmeester M. Fischer van het brandweerregiment ‘Sachsen’ wordt tijdens het uitrukken naar de branden ontstaan door een Britse luchtaanval bij zijn kazerne aan de Jobshaven in Rotterdam door een bomscherf dodelijk getroffen bij een tweede luchtaanval. In totaal komen 24 Duitsers en 106 Rotterdamse burgers om het leven.

21 januari 1942

Tijdens een kelderbrand in het gebouw Groenmarkt 22 te ‘s-Gravenhage raakt door een defect aan het zuurstofmasker de brandwacht W.J.E. Visser dodelijk bedwelmd.

6 december 1942

Philips-brandweerman A.J. van Helvoirt maakt zich in reactie op het luchtalarm tijdens het bombardement op Eindhoven op om zijn woning aan de Maria Stuartstraat 30 te verlaten als daar een blindganger ontploft. Hij wordt op slag gedood.

4 mei 1943

Tijdens het ophangen van slangen breekt een balk van de geïmproviseerde slangentoren op een plat dak van het Aloysius College aan de Oostduinlaan 50 in ‘s-Gravenhage, de hoofdvestiging van de Rijksbrandweer. Van de twee brandweerlieden die daardoor op de grond vallen, overlijdt wachtmeester J.A. Grondelle op 10 mei in het Bronovo Ziekenhuis. 

22 juni 1943

Tijdens de blussing van een in het bos achter café de Ketting aan de Bosscheweg in Boxtel neergestorte geallieerde bommenwerper ontploft een brisantbom. De brandmeester P.J.C. van der Ven wordt op slag gedood en drie andere brandweerlieden raken zwaar gewond, waarvan de brandwacht M.J.H. Goossen een paar uur later overlijdt.

12 augustus 1943

Brandwacht T.A. van Hattem van de vrijwillige brandweer Kesteren komt om het leven als hij tijdens de blussing van een brand in de boerderij van de gebroeders Van Drumpt aan de Nedereindschestraat door een omvallend gedeelte van de topgevel getroffen wordt.

20 augustus 1943

Ondercommandant N.W. Zandee, chauffeur-machinist C.M. Kuijper en brandwacht A. Roelse van de Brandweer Vlissingen komen om het leven als tijdens een geallieerde luchtaanval op die stad de brandweergarage aan de Van Dishoeckstraat getroffen wordt.

15 februari 1944

De chauffeur van de vliegveldbrandweer te Venlo, R. Martens, komt om het leven bij een geallieerd bombardement op het vliegveld, dat als Fliegerhorst van de Duitse Luftwaffe gebruikt wordt.*

22 februari 1944

Tijdens het fatale bombardement op de binnenstad van Nijmegen wordt ook het warenhuis van Vroom & Dreesmann aan de Grote Markt 7 getroffen. Bij de reddingswerkzaamheden raakt het lid van de bedrijfsbrandweer J. Bosma ernstig gewond en overlijdt de volgende dag.

13 september 1944

Tijdens gevechtshandelingen in de gemeente, vindt een granaatinslag plaats in de Wilheminatoren in Vaals. Van de daar wachthebbende personen wordt het lid van de LBD J. Biermans dodelijk getroffen en raakt de brandwacht H. Gőbbels ernstig gewond. Op 3 oktober bezwijkt hij in het ziekenhuis van Heerlen.

  1. september 1944

De vrijwillige brandwacht A.C. Dekkers raakt ernstig gewond door exploderende granaten tijdens het bluswerk bij het station van Udenhout, waar een Duitse munitietrein in brand was geraakt na beschieting door de Britse Luchtmacht. Hij overlijdt op 18 september in het ziekenhuis van Tilburg.

  1. september 1944

Brandweerman A.G. Tonk Azn. wordt dodelijk getroffen bij een beschieting door een geallieerd vliegtuig, als hij in ‘t Looveer in Huissen bezig is met de redding van mensen uit een getroffen schuilkelder.

In Arnhem wordt het brandweervoertuig met onder andere de vrijwillige brandwacht H. Bennik tijdens het uitrukken vanaf de dependance Schaapsdrift naar een brand aan de Heselbergherweg vlakbij de bestemming beschoten. Bennik’s helm wordt geraakt, waardoor hij van de wagen valt en ernstig gewond raakt. Op 23 september overlijdt hij in een ziekenhuis.

  1. september 1944

Rond het middaguur rukt de post Heerlerheide van de brandweer Heerlen uit naar een pakhuis aan de Bokstraat 28, dat door gevechtshandelingen in brand was gevlogen. Tijdens de blussing wordt postcommandant E.J. Pieren getroffen door een granaatscherf, tengevolge waarvan hij diezelfde avond overlijdt.

In Nijmegen wordt onderwachtmeester M.W. Broekkamp tijdens hevige gevechten tussen geallieerden en Duitse troepen in de Hertogstraat ter hoogte van de hoofdpost door een granaatscherf in de hals geveld tijdens een poging om per fiets het naderbericht over te brengen.

Drie brandwachts lopen vanuit de hoofdpost van de Brandweer Arnhem aan de Beekstraat naar de overzijde, omdat in het klooster Insula Deï daar brand was uitgebroken. Tijdens het oversteken wordt één van hen, J.B. Koppen, door een kogel dodelijk getroffen en raakt een andere gewond.

28 september 1944

Tijdens de rit naar de brandweerpost aan de Graafscheweg in Nijmegen wordt de auto met aanhangmotorspuit van de hulpbrandweer getroffen door een granaat. De hulpbrandwacht G.A. Hax  wordt daarbij gedood en een collega van hem zwaar gewond.

Bij een luchtaanval op een spoorwegkruispunt aan de Morgenzonweg in Winterswijk worden twee burgers en de opperwachtmeester H.J. van Kempen van de aldaar gelegerde afdeling ‘Brabant’ van de Staatsbrandweerpolitie gedood door boordvuur van geallieerde vliegtuigen.

2 oktober 1944

Bij een luchtaanval op het centrum van Huissen wordt ook plv. commandant Th.P.J. Bodewes  getroffen als hij op zijn post paraat zit. *

4 oktober 1944

B.G.M. Nieuwkamp, lid van de blokploeg 59 van de LBD, wordt tijdens het blussen van een brand op de Graafscheweg in Nijmegen door een granaatinslag gedood.

10 oktober 1944

Kapitein G.A. Meijer van de Staatsbrandweerpolitie-afdeling Brabant overlijdt in het ziekenhuis nadat hij in het kantoor van die eenheid aan de Haitsma Mulierweg in Winterswijk is neergeschoten door de Duitse brandweerofficier A. Wilkens. De reden is zijn weigering om mee te werken aan de verplaatsing van zijn mensen en materieel naar Duitsland. *

13 oktober 1944

Wachtmeester van de Staatsbrandweerpolitie Utrecht A.J. Bloemheuvel wordt op de Catharijnesingel bij de Smakkelaarsbrug door een granaatscherf geraakt tijdens een luchtaanval op het spoorwegknooppunt Utrecht, als hij zich spoedt naar de kazerne. Bloemheuvel wordt op slag gedood en zijn collega raakt licht gewond.

19 oktober 1944

Daags na de geallieerde verovering, wordt in Venray de vrijwillig brandweerman A.H. Roffers dodelijk getroffen door granaatscherven. *

29 oktober 1944

H.J. Fronen, lid van de blokploeg 53 van de LBD, wordt dodelijk getroffen door een Duitse splinterbom op de Bijleveldsingel bij de Hendrik Hoogerstraat, terwijl hij voor de brandweer in Nijmegen een bericht overbrengt.

1 november 1944

Tijdens het blussen van branden op het Bellamypark in Vlissingen wordt onderbrandmeester C. Meerman getroffen door geweervuur van straatgevechten en daardoor gedood.

4 november 1944

P.J. Imhoff, brandwacht van het vak B, Blok 79-80 van de LBD, wordt bij Fort Kijk in de Potstraat in Nijmegen door een granaatinslag dodelijk verwond tijdens het overbrengen van een bericht.

3 december 1944

Tijdens de gevechtshandelingen in Tegelen wordt de leider van de brandweerploeg van de LBDblokwacht nr. 11, Th.J.H. Gitmans, door een granaat getroffen. Twee dagen later overlijdt hij.

10 december 1944

Hoofdbrandwacht J.M.M. van Aerssen wordt in Venlo tijdens een voedseltransport met een brandweervoertuig op de Parade bij de Lohofstraat in de maagstreek geraakt door een granaatsplinter. Op 14 december overlijdt hij in het ziekenhuis.

15 december 1944

Opperluitenant C.A. Deenik van de Technische Dienst van de Inspectie van het Brandweerwezen verongelukt in Zundert tijdens een dienstrit van Breda naar Brussel, door een aanrijding met een tank, waardoor zijn auto in een sloot belandt.

6 februari 1945

Brandweerman J.W. Kolkman van de Brandweer Deventer komt om het leven tijdens de hulpverlening en blussing na het bombardement op de bruggen en binnenstad van die plaats. *

Wachtmeester-hoofdbrandwacht L. Eland van de Staatsbrandweerpolitie Rotterdam wordt, als hij helpt bij een vluchtpoging van de in het verzet zittende collega Flipse uit de brandweerpost Stieltjeskade (Wilhelminakade), doodgeschoten door de kapitein-hoofdbrandmeester C. van der Kleij, lid van de NSB. Van der Kleij wordt later veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.

4 maart 1945

Tijdens de blussing van de grote branden na het geallieerde bombardement op het

Bezuidenhoutkwartier in ‘s-Gravenhage wordt rond 02.30 uur een groep brandweerlieden, die op de Schenkweg hoek Vlietstraat werkt, bestaande uit de onderbrandmeester S.J. Sol en de hulpbrandwachts W.G. Kouwenhoven, W. Boogers, F.J.M. Hoogeveen, A. Vrolijk, G.P. Spaargaren, G.S.H.J. Plu, J.F. Ouwerkerk, P. Briedé en W.R. Lalleman door een uit de koers geraakte V-2 raket  gedood. Vijf anderen raken gewond.

10 maart 1945

Vaandrig L.M. van Noppen van de Staatsbrandweerpolitie Groningen wordt, als hij zijn salaris wil ophalen op het hoofdbureau van politie aan het Guyotplein, door de SD gearresteerd wegens zijn verzetswerk. Als hij tracht te vluchten, wordt hij neergeschoten, waarna hij de volgende nacht in het Huis van Bewaring overlijdt.

17 maart 1945

Brandwacht A. Prudon van de LBD wordt dodelijk getroffen door een granaatinslag, als hij na het luchtalarm zijn woning aan de Van Slichtenhorststraat 22 te Nijmegen verlaat om zijn post te betrekken.

21 maart 1945

Direct na terugkeer van het korps van de hulpverlening bij een vliegtuigcrash in Laag-Keppel, wordt de binnenstad van Doetinchem getroffen tijdens een bombardement, waarbij de brandwachts H.G. Gerritsen en H. Jansen, die bezig zijn de slangen in de kerktoren te hangen, gedood worden. Onder de slachtoffers die elders in Doetinchem vallen zijn ook commandant H. Kerkkamp in zijn woning aan de Terborgseweg en plv. commandant C. Schmeitink in de Boliestraat, die resp. 25 maart en 6 april overlijden.

De vrijwillige brandweerman A. Dimmendal wordt op de hoek van de Stationsweg en de Markt in zijn woonplaats Zelhem dodelijk getroffen bij een bombardement als hij zich naar de brandweergarage spoedt na een oproep tot hulpverlening aan Doetinchem, dat even daarvoor gebombardeerd was.

26 maart 1945

De vrijwillige brandweerlieden A.J. Gerritsen, A. Schooten, H. ter Steege en J. Wessels komen om het leven tijdens blussingswerkzaamheden na het neerkomen van een V-I op de Huttenwal in Rijssen, als ze gebombardeerd worden door een Engels vliegtuig. Ook vijf leden van de LBD (waarvan twee van de blokploegen) en tien burgers worden gedood. *

8 april 1945

Tijdens de laatste gevechten ter bevrijding van Zutphen wordt brandwacht M.J. van den Berg van de LBD-brandweer getroffen door een granaatscherf. Hij overlijdt op 23 april.

11 april 1945

Onderwachtmeester M.F.J. Akkerman van de beroepsbrandweer valt tijdens de blussing van een schoorsteenbrand in de Rustenburgerdwarsstraat 21 te Amsterdam van het dak en bezwijkt vier dagen later aan zijn verwondingen.

15 april 1945

Brandwacht J. de Vries raakt tijdens de blussing onder gevechtsomstandigheden dodelijk gewond door een aanraking met een in een zak verborgen mijn op de hoek Grote Markt/Oude Boteringestraat in Groningen.

NA-OORLOGSE ONGEVALLEN

14 juni 1945

Tijdens de hulpverlening aan repatrianten valt de brandwacht J.A. Heijdra van de brandweer ’sGravenhage, in de Javastraat van een vrachtwagen, waarbij hij een ernstige hoofdwond oploopt. Op 22 juni overlijdt hij aan de gevolgen.

24 juni 1945

Tijdens de blussing van de brandende boerderij van A. Plette aan de Horsterweg te Doornspijk wordt de brandweerman H. Bosch bedolven onder een vallende muur en op slag gedood.

14 februari 1946

Tijdens het ruimen van explosieven op de Oirschotse Heide in Oirschot komen drie militaire bergers en de heren F.A. de Bie, J.H.C. Kuypers en F. van Leuken van de Hulpverleningsdienst van de Inspectie voor de Luchtbescherming en het Brandweerwezen door de explosie van een stapel verzamelde munitie om het leven.

2 maart 1946

Brandwacht 1e klasse J.C. Mijnders van de Brandweer Utrecht wordt onwel op straat na afloop van de schouwburgdienst en overlijdt op enkele meters van de brandweerkazerne.

2 april 1946

G. de Kok en P.H. van Olmen van de Hulpverleningsdienst van de Inspectie voor de

Luchtbescherming en het Brandweerwezen sneuvelen bij de ruiming van explosieven in Nieuw en Sint Joosland. *

15 april 1946

Brandwacht J.C.A. Snoek van de vrijwillige brandweer Bergen op Zoom raakt ernstig gewond bij een aanrijding van de Austin-bellenwagen met aanhangmotorspuit op de Antwerpschen Straatweg bij de Rembrandtstraat, op weg naar een bosbrand bij Woensdrecht. Hij overlijdt later op dezelfde avond. Ook drie collega’s raken gewond.

29 april 1946

De beroepshoofdbrandwacht L. Dubbeldam overlijdt aan een hartverlamming in het Ooster Zwembad in Rotterdam. *

5 februari 1947

Tijdens de uitoefening van zijn dienst komt de beroepsbrandwacht 2e klasse P.J. Lingen om het leven in Rotterdam. *

15 februari 1947

B.C. Veltman van de Hulpverleningsdienst van de Inspectie voor de Luchtbescherming en het Brandweerwezen overlijdt op 18 maart aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking die hij op 15 februari had opgelopen tijdens een voedseltransport naar het door strenge vorst van de buitenwereld afgesloten voormalige eiland Urk.

22 februari 1947

Commandant Th. J. de Grave van de brandweer in Batavia verongelukt met de Harley-Davidson motorfiets op de Jalan Gunung Sahari op de terugweg naar de brandweercentrale van een inspectie van de brandweerpost in Tanjung Priok. Op 25 februari overlijdt hij aan zijn verwondingen.

7 mei 1947

Opzichter D. Alink van de Hulpverleningsdienst van de Inspectie voor de Luchtbescherming en het Brandweerwezen komt om het leven bij de ruiming van explosieven op de Rozendaalse Heide in Rheden.

4 september 1947

Sectiecommandant J. van de Ven van de Hulpverleningsdienst van de onderafdeling Brandweer en Burgerlijke Verdediging van het ministerie van Binnenlandse Zaken komt om het leven bij een explosievenruiming in Elst. *

3 juni 1949

Brandmeester W. de Boer van de beroepsbrandweer komt om het leven door een instortende gevel tijdens de blussing van een grote brand aan de Oudeschans 73-77 te Amsterdam. Een brandwacht raakt gewond.

10 augustus 1949

Chauffeur-brandwacht H.G. Verschueren van de brandweerauto van Veghel raakt onwel na aankomst bij de boerderijbrand aan De Heuvel A 209-210 te Dinther. Hij overlijdt later die nacht in het ziekenhuis.

17 oktober 1949

Beroepsbrandwacht 1e klasse C. de Jonge uit Rotterdam komt om door verdrinking bij de hulpverlening na een duikongeval bij de kustvaarder ‘Wiebe’ op de v.m. Marinewerf in Hellevoetsluis. Vermoedelijk is hij tijdens het zwemmen met het ‘Davis-masker’ tegen een draad aangezwommen.

24 januari 1950

Vrijwillig brandwacht A. Patberg wordt onwel, op het moment dat hij in de brandweerauto stapt om uit te rukken naar een scheepsbrand in het m.s. Jo in de haven van Delfzijl. Door de val loopt hij waarschijnlijk schedelletsel op, waaraan hij op weg naar het ziekenhuis in Groningen overlijdt.

9 februari 1951

Op die dag woedt er een grote brand in een dikke laag olie op het hele wateroppervlak van de Koningin Wilhelminahaven te Vlaardingen, waarin meerdere schepen en een scheepsdok liggen. Een daarnaar uitgerukte trekker-manschappenwagen van de Brandweer Vlaardingen raakt te water in de brandende olie, waardoor de brandwachts 1e klasse P. van Delft, A.H. Maat en P. Batenburg en de brandwachts 2e klasse M.H. Kok en H. Westdijk om het leven komen en twee anderen gewond raken.

31 juli 1951

Het korpslid W. van Beers van de Brandweer Oirschot overlijdt tijdens een uitruk in de brandweerauto aan de gevolgen van een inwendige bloeding, die hij oploopt na een val door het haastige vertrek uit bed na de alarmering.

21 november 1951

De straaljager I-125 van het type Gloster Meteor glijdt tijdens een landing bij slecht weer op de vliegbasis Leeuwarden van de baan en raakt met de vleugel de daar paraat staande brandweerauto’s van de Koninklijke Luchtmacht. De inzittenden daarvan raken gewond en één van hen, soldaatbrandweerman J. Nieuwenhuizen, overlijdt op weg naar het ziekenhuis.

11 februari 1952

Na de blussing van een grote brand in de sigarenfabriek ‘Graaf van Pallandt’ aan de Lange Meent in Culemborg wordt de brandmeester A. Bonder in de brandweergarage getroffen door een hartverlamming en overlijdt onmiddellijk.

22 april 1952

Brandwacht 1e klasse K.J. van Brero komt om het leven na een val door een gat in de vloer van de tweede verdieping bij een zware binnenbrand aan de Laan van Meerdervoort 684 in ‘s-Gravenhage.

1 februari 1953

Bij de evacuatie van een polder tijdens de stormramp worden de commandant J.A.A. van den Bergh  en brandwacht L.M.C. Rampart van de vrijwillige brandweer Halsteren verrast door een drie meter hoge vloedgolf, waardoor ze verdrinken.

Gedurende dezelfde stormramp komt ook de brandweerman A. van Prooijen van de gemeente Nieuwe-Tonge om het leven tijdens een poging mensen uit het dorp Battenoord te evacueren. Als hij uit een gestrande auto een kind op zijn armen neemt, worden ze overvallen door een vloedgolf over de dijk, die hem en het kind meesleurt.

18 januari 1954

Tijdens een afdelingsvergadering van de Nederlandse Vereniging van Brandweercommandanten afdeling Utrecht, wordt de penningmeester, commandant van de Brandweer te Maarssen, D. Faber, onwel en vertrekt naar huis, waar hij de volgende ochtend overlijdt. *

4 juli 1955

De vrijwillige hoofdbrandwacht W.A. van Asperen van de Brandweer Veghel wordt getroffen door een fatale hartverlamming als hij per fiets op weg is naar de brandweergarage na een brandalarm.

7 mei 1956

Brandwacht 1e klasse M.Th. van der Gaag van de beroepsbrandweer Rotterdam komt om het leven en een lasser raakt zwaar gewond als een acetyleengasfles tijdens het veiligstellen met een steekwagentje bij een brand op het terrein van de Handelscompagnie aan de Dokhavenkade ontploft.

25 maart 1957

Adjunct-hoofdbrandmeester G. Gakes van de Brandweer Delft wordt getroffen door een hartaanval, terwijl hij thuis een oefening van de Bescherming Bevolking voorbereidt. Hij overlijdt vrijwel direct.

17 mei 1957

De BB-noodwachter M. Boetier van wijk A-8, blok 10 in Amsterdam raakt tijdens de brandwachtcursus aan de Veelaan onwel tijdens het uitleggen van een slangleiding. Hij overlijdt even later in het ziekenhuis.

16 juni 1957

Brandwacht 1e klasse N. J. Bertens in Tilburg overlijdt plotseling tijdens de blussing van een brand in een rijwielherstelwerkplaats in de Enschotsestraat.

12 november 1957

Brandweercommandant van Echt en opzichter Elektriciteitsbedrijf C.H. Ronda wordt op de bromfiets op de terugweg naar huis van BB-examens, waar hij als juryvoorzitter optrad, op de Rijksweg HornRoermond, ter hoogte van kasteel Horn, gemeente Horn, geraakt door een uitstekend wapen van een passerende militaire colonne. Hij overlijdt op 16 november.

22 januari 1958

Brandmeester A.J. Peters loopt bij een reddingsactie tijdens een felle brand in een woning aan de Ridderstraat in Nijmegen een ernstige koolmonoxidevergiftiging op, waaraan hij uiteindelijk op 24 mei 1960 overlijdt.

24 april 1958

De BB-brandwacht van de A-kring Roermond A.H.H.P. Matthijszen wordt tijdens een oefening op de Loswal Maashaven getroffen door de straalpijp, die uit zijn handen schiet. Hij overlijdt op 30 april in het ziekenhuis.

14 juni 1958

Beroepshoofdbrandwacht H. Jonker verliest door verstikking het leven bij de brand in de Apeldoornse nettenfabriek Von Zeppelin aan de Spoorstraat 29 in Apeldoorn, nadat zijn zuurstofapparaat weigert.

5 juni 1959

BB-brandwacht van wijk 42, blok 5, G.C. Gelok, zakt tegen het einde van een BB-brandweerwedstrijd aan de Vlaskade in Rotterdam in elkaar en overlijdt na enkele minuten aan vermoedelijk een hartaanval.

27 oktober 1959

Vrijwillig onderbrandmeester C.A. van Luik van bluseenheid 522 van de brandweer in Rotterdam komt ten val bij de Stadionbrug (bij Feijenoord) als hij met zijn bromfiets uitrukt naar een autobrand op de Stadionweg. Hij raakt in coma en overlijdt op 13 november aan de opgelopen hersenbloeding.

22 december 1959

De vrijwillig hoofdbrandwacht L. ter Haar van de brandweer Nieuwer-Amstel verongelukt als hij zich per fiets naar de brandweergarage spoedt na de melding van een brand in een in aanbouw zijnd flatgebouw aan het Strandvliet in Amstelveen en op de Rembrandtweg door een auto wordt aangereden.

2 oktober 1960

Tijdens het jaarlijkse korpsuitstapje van de vrijwillige brandweer Blerick raakt de hoofdbrandwacht A.M.A. Engels zoek in de binnenstad van Amsterdam. Op 9 oktober wordt zijn lichaam gevonden in het water van de Looiersgracht aldaar.

27 januari 1961

De wijkwachter L.F. van den Nieuwenhof valt tijdens een BB-oefening uit de oefentoren op de binnenplaats van de brandweerkazerne aan de Edenstraat 19 te Eindhoven. Hij overlijdt ter plaatse.

24 september 1962

Brandweerman L.C. van Berlo van Helmond wordt tijdens de blussing van een brand in de boerderij van het burgerlijk armbestuur in de gemeente Stiphout getroffen door een hartverlamming, waaraan hij later die avond in een ziekenhuis in Helmond overlijdt.

8 februari 1963

De commandant van de bedrijfsbrandweer van de Kon. Scholten’s Chemische Fabrieken N.V. te Foxhol, E.W. van Houten, komt ten gevolge van rookvergiftiging om het leven tijdens de blussing van een kleine maar hardnekkige brand in een silo op het fabrieksterrein.

18 mei 1963

De oud-commandant van de vrijwillige brandweer van Westmaas, de heer G. Mol, raakt onwel tijdens de blussing van een boerderijbrand aan de Appeldijk te Strijen, de buurgemeente. De gealarmeerde arts kan slechts de dood constateren.

22 juni 1963

Het lid van de bedrijfsbrandweer van de N.V. Nederlandse Linoleumfabriek te Wijhe, A. Grave, wordt bij de gewestelijke brandweerwedstrijd op het terrein van de gasfabriek in Den Helder, na afloop van het parcours getroffen door een hartaanval, waardoor hij ter plaatse overlijdt.

8 juli 1964

Brandwacht 1e klasse van het Korps Marinebrandweer in Den Helder C.A. van der Ende overlijdt aan een hartaanval tijdens duikwerkzaamheden bij een niet-spoedeisende hulpverlening om het vissersschip VD52 van een net in de schroef te bevrijden bij de Helderse visafslag.

24 mei 1965

Brandwacht 2e klasse H. Westbroek van de brandweer Driebergen-Rijsenburg raakt als chauffeur tijdens het aanrijden naar een brand onwel door een hartstilstand, waardoor het voertuig tegen een woning aan de Hoofdstraat 152 botst. Hij overlijdt ter plaatse, terwijl de andere zes inzittenden met de schrik vrijkomen

5 juni 1965

De vrijwillige brandwacht J. Snel maakt een ongelukkige val tijdens de nablussing van een grote brand in de matrassenfabriek Rivièra in Nederhorst den Berg, tengevolge waarvan hij de  volgende ochtend in het ziekenhuis in Hilversum overlijdt.

  • januari 1966

In Bergschenhoek overlijdt de onderbrandmeester/plv. commandant H.F. Mostert thuis aan een hartverlamming terwijl hij zijn uitrukkleding aantrekt na een alarmering.*

5 mei 1966

Tijdens het uitrukken naar een brandmelding bij Dok- en Scheepsbouwmaatschappij N.V. Verolme aan de Prof. Gerbandyweg 1 in Rozenburg valt W. Ziekenheiner van de bedrijfsbrandweer uit de laadruimte van de bedrijfsbandweerauto. Hij raak door de val dodelijk gewond en overlijdt ter plaatse. 6 juli 1966

De vrijwillige brandwacht A. Versteeg komt om het leven doordat hij getroffen wordt door een zware balk van een neerstortende gevel, die omvalt tijdens de blussing van een brand in de voor de sloop bestemde boerderij ‘De Hoge Werf’ in Spijkenisse.

12 juni 1967

Bij de ontploffing van een munitieschip in de Kernhaven in Utrecht raakt de brandweerman van de Bedrijfszelfbescherming C. de Goede van de Philips Lasstavenfabriek aan de Neutronweg 11, direct naast de losplaats, dodelijk gewond als hij op weg is naar de brandweerlokaliteit. Naast hem vallen er nog een dode, 33 zwaar- en 109 lichtgewonden.

24 juli 1967

Brandweerman J.J. van Stekelenburgh van Driebergen-Rijsenburg raakt ernstig gewond als hij tijdens een vrachtautobrand op de rijksweg A12 richting Maarn onder een achteruit rijdend brandweervoertuig komt. Hij overlijdt uiteindelijk op 14 september in het ziekenhuis in Zeist.

9 september 1967

Ondercommandant H. Groenewoud uit Hoogezand-Sappemeer wordt getroffen door een hartaanval tijdens de blussing van een autobrand na een aanrijding tussen twee auto’s op de Rijksweg Groningen-Nieuweschans, ter hoogte van Foxhol, waarbij zes gewonden vallen. Hij overlijdt ter plaatse.

31 januari 1968

Onderbrandmeester M.C. Jansen wordt tijdens de blussing van een brand in een laboratoriumgebouw van de Universiteit van Amsterdam aan de Prins Hendriklaan 33-35 te Amsterdam getroffen door een steekvlam. Hij overlijdt enige uren later.

25 april 1968

De beroepsondercommandant, adjunct-hoofdbrandmeester J.C. de Veer van Leerdam, overlijdt plotseling in zijn kantoor, terwijl hij bezig is met brandveiligheidsvoorschriften. *

23 juni 1968

Na de blussing van een brandje aan de Hoofdstraat in Hoensbroek wordt vrijwillig brandweerman W.J. Essers plotseling onwel en naar het ziekenhuis in Heerlen gebracht, waar hij in de nacht overlijdt, vermoedelijk aan een hartaanval.

6 april 1969

Tijdens de blussing van een grote brand in het warenhuis van A. Wilking aan de Vismarkt en enkele omringende panden in Hulst, wordt de brandweerman P.J. van Overmeeren onwel door rookvergiftiging en loopt naar zijn nabijgelegen woning, waar hij wordt getroffen door een hartaanval, waaraan hij  overlijdt. Een bewoner van één van de getroffen panden komt ook om door de brand.

6 mei 1969

Tijdens een oefening in een woning aan de Kosterijweg in Eelde wordt brandmeester E. Huizing van de vrijwillige brandweer aldaar getroffen door een hartverlamming en overlijdt ter plaatse.

13 juli 1969

Twee brandwachts uit Otterlo, gemeente Ede, raken ernstig gewond door een omvallende muur bij een brand in een boerenschuur aan de Roekelseweg in hun woonplaats. Eén van hen, brandwacht 2e klasse G.J. Versteeg, overlijdt enige uren later.

8 september 1969

Commandant J.N. Weel van de brandweer Wervershoof wordt tijdens de blussing van een brand in een opslagplaats van veevoeders en stro aan de Zijdwerk 11 getroffen door een hartaanval. Hij overlijdt op 26 november in het ziekenhuis.

31 december 1969

In de oudejaarsnacht raken de brandwacht 1e klasse H.M.W. Overhaart en brandwacht 2e klasse R. Leen ernstig gewond door een flashover tijdens een reddingsactie bij een woningbrand aan de Brediusweg 10 in Bussum. Overhaart en een kind overlijden de volgende dag, Leen overlijdt op 13 maart.

12 mei 1970

Commandant M.Th. Coolegem van de brandweer Lent, gemeente Elst, wordt tijdens de blussing van een brand in een landbouwschuur in die gemeente getroffen door een hartaanval, waarna hij ter plaatse overlijdt.

23 mei 1970

Tijdens de brandweerwedstrijden klasse IIA te Zevenaar wordt de brandwacht P.W.T. Vergeer van de bedrijfsbrandweer Smit Elektrotechnische Fabriek te Nijmegen, direct na de oefening getroffen door een hartverlamming en overlijdt – ondanks hartmassage – ter plaatse.

10 augustus 1971

In de middag komen de brandmeester R. van der Zee, hoofdbrandwacht H. Keijsper en de brandwachts 1e klasse L.W. Jansen), H.J. Paeper en brandwacht 2e klasse J.J. Huiskens en drie leden van de bedrijfsbrandweer van Marbon Europe NV, W.D. Newman, L. van der Wal en P.Th.H. Weverling om het leven door een explosie in de latexafdeling van de chemische fabriek aan de Cyprusweg 2 in Amsterdam. Een vierde bedrijfsbrandweerman, H.J.A. Brood, overlijdt op 13 augustus. 22 Personen raken gewond.

1 juni 1972

De adspirant-brandwacht J.J. van der Avoort van de beroepsbrandweer in Rotterdam wordt tijdens een uitruk in de brandweerauto getroffen door een hartverlamming met een medische oorzaak. Ondanks reanimatie van zijn collega’s overlijdt hij ter plaatse.

22 juni 1972

Tijdens een bespreking met enige leden van de Inspectie voor het Brandweerwezen in Limburg overlijdt plotseling de heer J.H. Clerkx, commandant van de brandweer in Hunsel. *

4 juli 1972

De inspectiewagen van de KLM-bedrijfsbrandweer verongelukt op de Amsterdam-Bataviaweg op Schiphol (-Oost), gemeente Haarlemmermeer. De brandwacht A.J. Stelleman raakt daarbij dodelijk gewond.

25 november 1973

Tijdens de blussing van een grote brand in een transportbedrijf aan de Industrieweg 3 in Heemstede ontploft een acetyleengasfles, waardoor de brandwacht 1e klas J. de Graaf ernstig gewond raakt. Na een lang ziekbed overlijdt hij uiteindelijk op 1 augustus 1976.

31 mei 1977

De brandwacht 1e klasse P.F. Schouten van de vrijwillige brandweer Best wordt tijdens de blussing van een brandje in een bos achter de stortplaats in die gemeente getroffen door een scherf van een exploderende brisantgranaat uit de Tweede Wereldoorlog. Hij overlijdt op 2 juni in het ziekenhuis.

5 januari 1978

Brandmeester J.L. Molenbroek van de Brandweer Amsterdam verdrinkt, nadat de autospuit op weg naar een brandmelding na en slippartij door gladheid te water raakt aan de Westelijke Onderdoorgang bij het Singel.

13 juni 1978

Het korpslid M.L. van den Boogaard uit Alblasserdam valt tijdens een oefening van de bedrijfsbrandweer van de Nederlandsche Kabelfabrieken/Nedstaal van tien meter hoogte op een betonnen fundering als de kabel van de rijdende kraan breekt, terwijl hij als ‘slachtoffer’ in een daaraan bevestigde brancard ligt. Hij overlijdt in de daaropvolgende nacht.

15 juni 1978

De hoofdbrandwacht J.A.Th. van Liefland van de Vrijwillige Brandweer Breukelen overlijdt enkele uren na een incident aan een hartinfarct. *

5 oktober 1978

Beroepsbrandwacht 1e klasse E. Harreman verongelukt door elektrocutie tijdens een persluchtoefening in een dependance van Unilever Research aan de Schiedamsedijk in Vlaardingen.

25 november 1978

Tijdens de blussing van een brandje op de raffinaderij van Shell Curacao N.V. in Willemstad raakt hoofdbrandweerman S.E. Fraay van Shell onwel en wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar blijkt dat hij is overleden, vermoedelijk aan een hartaanval.

13 maart 1980

Beroeps-hoofdbrandwacht J. Tinga raakt tijdens een reddingsactie door de hitte bevangen bij een middelbrand aan de Spanjaardslaan 132 in Leeuwarden en overlijdt korte tijd later in het ziekenhuis. Ook de bewoonster  komt om het leven.

6 oktober 1981

Een vliegtuig van de NLM van het type Fokker F28 stort neer op een spoordijk langs de weg MoerdijkKlundert in de gemeente Zevenbergen. Alle 17 inzittenden komen om het leven. Vrijwillig brandweerman J. de Jong, die het vliegtuig ziet verongelukken, meldt de crash aan zijn alarmcentrale, krijgt vervolgens een hartaanval en overlijdt.

27 december 1981

De vrijwillige brandweerman A. Engeltjes wordt in de autospuit op weg naar een schoorsteenbrand aan de Fuik in Elburg getroffen door een hartstilstand. Ondanks reanimatie blijkt hij bij aankomst in het ziekenhuis te zijn overleden.

23 mei 1982

De vrijwillige brandweerlieden A.J. Schalk en E. Krikken uit Zuidwolde komen om het leven tijdens de blussing van een grote brand in de supermarkt Komas aan de Griendtveenweg in Hoogeveen. Door een plotselinge snelle branduitbreiding naar de aangrenzende meubeltoonzaal van H.M.I. raken ze daar ingesloten en kunnen zij zich niet meer op tijd redden.

19 juni 1982

Tijdens een open dag op de kazerne van de Koninklijke Landmacht in Seedorf (West-Duitsland) wordt een demonstratie gehouden van de redding van gewonden uit een brandend huis, waarbij gebruik gemaakt wordt van een rookpot. Vier deelnemers raken onwel en gaan na medische behandeling met vakantieverlof. Sergeant G. Ackermans wordt na aankomst thuis in Oosterhout opnieuw ziek en wordt opgenomen in het ziekenhuis van Breda, waar hij op 1 juli overlijdt.

30 juli 1982

De 20-jarige vrijwillige adspirant-brandwacht H. Filius van Goes raakt ernstig gewond als de auto, waarin hij een slachtoffer uitbeeldt tijdens een brandweerdemonstratie aan de Kleine Kade, plotseling in brand vliegt. Hij overlijdt aan de brandwonden en inademing van rookgassen op 5 augustus.

13 juli 1983

Tijdens een sportoefening in de kazerne Jan van Schaffelaarplantsoen te Amsterdam wordt de hoofdbrandwacht B. Geel getroffen door een hartstilstand en overlijdt ter plaatse.

23 december 1983

De vrijwillige brandmeester C. Blok van Monnickendam wordt tijdens de blussing van een schoorsteenbrand aan de Nieuwpoort 14 getroffen door een hartaanval. Ondanks reanimatiepogingen blijkt hij bij aankomst in het ziekenhuis te zijn overleden.

1 januari 1984

Vrijwillig brandwacht G. van Waveren komt tijdens blussingswerkzaamheden aan de boerderij van N. Potuyt aan de Zuidzijde in Bodegraven, veroorzaakt door vuurwerk, om het leven door een instortende muur.

22 oktober 1984

Onmiddellijk na het sportuurtje na afloop van de wekelijkse oefening wordt de adjuncthoofdbrandmeester R. Hazenberg van de brandweer in Alblasserdam in de kantine onwel. Ondanks reanimatie overlijdt hij ter plaatse.

6 september 1986

Tijdens de viering van het 25-jarig jubileum van de brandweerkring overlijdt plotseling de commandant van de vrijwillige brandweer van Leende, W. van Hooff. *

20 oktober 1986

De adspirant-brandwacht H.J. Brouwers van de groep Slootdorp van de vrijwillige brandweer Wieringermeer raakt tijdens de voorbereiding van een hittegewenningsoefening in de bunkers van Den Oever ernstig gewond als de stapel hout met een vluchtige vloeistof op explosieve wijze tot ontbranding komt. In de smalle betonnen gang loopt hij hersenletsel en breuken op en overlijdt op weg naar het ziekenhuis.

28 maart 1987

De vrijwillige onderbrandmeester P. van den Tol komt om het leven bij de blussing van de brand in het tenniscentrum op het industrieterrein Halfweg 2 in Spijkenisse, als hij tijdens een verkenning ingesloten raakt door een flashover.

25 december 1987

De hoofdbrandwacht F.C.J. La Haye en brandwacht 2e klasse R.M. de Ruiter en twee arrestanten komen om het leven, na gedesoriënteerd te raken tijdens de reddingsactie bij een brand in het cellencomplex van het hoofdbureau van Politie aan het Alexanderplein in ‘s-Gravenhage.

27 juli 1989

Het vliegtuig PH-BRW van het type Cessna 150 van Special Air Service te Teuge stort neer tijdens een verkennings- en begeleidingsvlucht bij een bosbrand in het Beekhuizerzand te Harderwijk. De beide inzittenden, waaronder de als waarnemer fungerende vrijwillige brandwacht 1e klasse uit Eerbeek, J.A. Limpers, komen om het leven.

25 januari 1990

Tijdens een vliegende storm, verliezen de vrijwillige onderbrandmeester N.P. Steenvoorden en de brandwachts 1e  klasse J.P.M. de Ridder en G. Heeringa door een flashover het leven tijdens een grote brand in het hotel ‘Huis ter Duin’ in Noordwijk.

17 september 1991

Ondercommandant D. Bonenkamp overlijdt tijdens het uitoefenen van zijn functie bij de vrijwillige Brandweer van De Meern in de gemeente Vleuten-de Meern, kort nadat hij onwel geworden is. *

21 januari 1992

Twee brandwachts 1e klasse, F. Kroes en B.A.T. Offenberg, komen om het leven door het instorten van een gebouw tijdens de nablussing van een grote brand in het historische winkelpand aan de Diezerstraat 109 in Zwolle.

8 juli 1992

Drie leden van de bedrijfsbrandweer van Cindu aan de Amsteldijk-Noord 35 in Uithoorn, commandeur C. de Bruijn, brandmeester H.R.A.M. de Meijer en brandwacht 2e klasse G.T.G. Gijzen, komen om het leven bij een explosie in een harsketel op het terrein van Nevcin Polymers. Elf andere Nevcinmedewerkers raken gewond.

1 juni 1993

Tijdens een persluchtoefening in de oefenbunker van de regionale brandweer Noordoost-NoordBrabant ‘Nuland’ aan de Pompstraat in Rosmalen komen twee cursisten en een instructeur in problemen. Bij de daarop volgende reddingsactie raken nog eens drie brandweerlieden gedesoriënteerd. Eén cursist, adspirant-brandwacht P.A.C.H. Graat van de vrijwillige brandweer te Boekel, blijkt te zijn overleden.

30 juni 1993

Beroepsonderbrandmeester C. van Corven van de post Hasselt verliest het leven door een omvallende muur bij een grote brand in garagebedrijf Versantvoort op het industrieterrein Loven in Tilburg. Drie collega’s raken gewond.

18 september 1993

De vrijwillige hoofdbrandwacht J.W. Korevaar van de post Langerak komt om het leven, en onderbrandmeester F. Bos van de post Nieuwpoort raakt zodanig gewond, dat hij op 12 oktober overlijdt, bij een stofexplosie, gevolgd door brand bij Labee Vezelpers in Langerak, gemeente Liesveld. Ook een werknemer van het bedrijf bezwijkt later aan zijn verwondingen.

24 maart 1994

De brandwacht J. van Helleman van Brandweer Middelburg wordt getroffen door een hartaanval tijdens een duikcursus van de Regionale Brandweer Zeeland in het Kanaal door Walcheren. Hij overlijdt ter plaatse.

19 april 1995

Onderbrandmeester A. Wörst, hoofdbrandwacht R. Maaskant en de brandwacht 1e klasse J. Sonneveld van de Brandweer Amsterdam komen om het leven als zij tijdens de blussing van een grote brand in een voddenopslagloods aan de Motorkade 10 ingesloten raken door een neerstortend steengaasplafond.

22 april 1996

Het vliegtuig PH-HMO van het type Reims Cessna F150M van Aero Noord stort kort na de start voor een brandweerinspectievlucht vanaf het vliegveld Hoogeveen neer tegen een kantoorgebouw bij het vliegveld. De piloot, R.P.M. Eussen, overlijdt op weg naar het ziekenhuis en de waarnemer raakt ernstig gewond.

20 februari 1997

Temidden van zijn korps overlijdt plotseling de commandant van de brandweer Nieuw-Lekkerland, G.A. Vonk. *

12 april 1997

De commandant van de Gemeentelijke Brandweer Montfoort, J. Hilgeman, wordt onwel na een alarmering voor de bestrijding van een grote brand; hij draagt zijn taak nog over en overlijdt even later thuis.

27 januari 1998

De vrijwillige hoofdbrandwachts H.E. Timmer en H. Foppen van de Brandweer Harderwijk raken  ingesloten na een flashover bij een grote brand in een pension aan de Smeepoortstraat. Nadat hun vermissing duidelijk wordt, komt de redding te laat. Ook een bewoner van het pension komt om het leven.

2 juli 1998

Als officier van dienst op weg naar de brandweergarage voor een uitruk met de duikploeg, komt de postcommandant van Wijk bij Duurstede, M.J. Vernooij, om het leven als hij de macht over het stuur verliest, van de weg raakt en uit zijn auto wordt geslingerd.

8 december 1998

Het erelid H.J.P. Krist van de brandweer Prinsenbeek van de gemeente Breda wordt tijdens zijn kantinedienst op de oefenavond van het korps in de brandweergarage getroffen door een hartinfarct, waardoor hij ter plaatse overlijdt.

18 februari 2000

Hoofdbrandwacht H.W. Worseling raakt onwel tijdens een rit met een materiaalwagen van het korps op de hoek van de Lucie Vuylstekeweg en de Boszoom te Rotterdam, waarop het voertuig van de weg raakt en kantelt. Hij overlijdt ter plaatse.

13 mei 2000

Tijdens de blussing van een brand en een serie ontploffingen in een vuurwerkopslagplaats aan de Tollensstraat te Enschede komen brandmeester P.W. Gremmen,  onderbrandmeester G.B.F. Oude Nijeweme en de hoofdbrandwachts Th.J. Hesselink, H. van der Molen  en 19 anderen om het leven.

28 mei 2000

Brandweerman C. van Loon van de post Vlodorp van de brandweer Roermond raakt ernstig gewond als tijdens een hulpverlening in zware storm een grote boomtak afbreekt en op zijn hoofd terecht komt. Hij raakt in coma en overlijdt uiteindelijk op 9 februari 2012 aan de gevolgen van het ongeval.

4 juli 2000

Tijdens een sportoefening in de sporthal ‘De Peppel’ wordt de sectiecommandant H.R.B. Meijers van de Brandweer Ede plotseling onwel; ondanks reanimatiepogingen van zijn collega’s overlijdt hij ter plaatse.

25 augustus 2000

De brandwacht S. Atmopawiro van het bedrijf V & S Welding te Vlaardingen overlijdt als de poederblusser die hij activeert, ontploft. De bodem van de blusser klapt er uit als hij weggesprongen vonken van slijpwerkzaamheden bij DSM aan de Slachthuisweg 30 in Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, wil afblussen. Bij aankomst in het ziekenhuis blijkt hij te zijn overleden.

18 maart 2001

De vrijwilliger van de Regionale Hulpverleningsorganisatie van de Regio Amsterdam e.o., J.D.

Ubachs, wordt tijdens de bereiding van koffie en  broodjes in het opleidingscentrum aan de Dynamostraat in Amsterdam, getroffen door een hartaanval, waaraan hij ter plaatse overlijdt. De logistieke ondersteuning was ingezet voor de grote brand in een fabriekspand aan de Distelweg in Amsterdam-Noord.

13 juli 2001

De brandwacht W.T. Brouwer raakt tijdens een duikoefening in de Kernhaven bij het industrieterrein Lage Weide in Utrecht bewusteloos. Hij wordt in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht, waar hij op 17 juli overlijdt.

23 april 2002

Vrijwillig brandweerman J. Roelofs van de Brandweer Zeist wordt na thuiskomst van een oefening in Soest onwel en overlijdt, ondanks reanimatie, even later. *

5 juni 2002

Brandmeester R.A. Smits van Brandweer Amsterdam wordt tijdens het sporten ‘s avonds in de kazerne Ringdijk getroffen door een hartaanval. Ondanks onmiddellijke reanimatie overlijdt hij even later in het ziekenhuis.

17 november 2002

De brandweerman G.J. Vos overlijdt aan een hartstilstand op de hoek van De Pijl en de Klaaskampen in Laren NH, als hij zich spoedt naar de brandweergarage na de alarmering voor brand in de Johanneshove aan de Eemnesserweg. Hij wordt de volgende ochtend gevonden door een krantenbezorger.

23 maart 2003

Tijdens de blussing van een grote brand in de Koningkerk aan de Kloppersingel 55 te Haarlem, worden de vrijwillige brandmeester D. van Kooten en de vrijwillige hoofdbrandwachts B.F. Hannenberg en R.Ph. Knipper bedolven onder een omvallende gevel. Alledrie komen daarbij om het leven. Een omstander bezwijkt aan een hartaanval.

8 januari 2005

Tijdens een duikoefening in het Slotermeer in Etten raakt de vrijwillig onderbrandmeester G. Wenting  van het korps Ulft van de brandweer Oude IJsselstreek onwel na een hartinfarct. Hij wordt door zijn collega’s gereanimeerd, maar overlijdt dezelfde avond in het ziekenhuis.

14 juni 2006

Brandweerman R. Ignacio, onderweg van de post San Nicolas naar de hoofdwacht Oranjestad, wordt  ter hoogte van Seroe Tijshi op Aruba in zijn auto getroffen door een hartaanval en overlijdt direct. *

24 januari 2007

Hoofdbrandwacht P. Theijn van de Regionale Brandweer Rotterdam-Rijnmond wordt tijdens het sporten ‘s avonds op de kazerne Botlekweg van de Gezamenlijke Brandweer in Rotterdam getroffen door een hartaanval. Ondanks reanimatiepogingen van zijn collega’s overlijdt hij.

22 maart 2007

Tijdens een duikoefening van de brandweer in de Werkhaven te Urk komt de vrijwillige hoofdbrandwacht L. Romkes in de problemen bij een onder water liggende auto. Hij wordt onmiddellijk gered door een collega, maar overlijdt ondanks reanimatiepogingen na aankomst in het ziekenhuis.

12 maart 2008

Onderbrandmeester-duiker W.H.P. Matthijssen van de vrijwillige brandweer Terneuzen raakt tijdens de zoekactie naar een vermiste auto in de Autrichehaven van het Kanaal Gent-Terneuzen in Westdorpe gewond en wordt naar het ziekenhuis in Gent vervoerd, waar hij dezelfde avond overlijdt.

9 mei 2008

De onderbrandmeesters A. Kregel en E. Ubels en de brandwacht R.P. Soyer van de vrijwillige brandweer Eelde van de gemeente Tynaarlo komen om het leven bij het blussen van een grote brand in de jachtwerf Beuving aan de Groningerstraat in De Punt in die gemeente, als zij na een plotselinge branduitbreiding ingesloten raken.

8 maart 2010

Twee brandweerlieden worden tijdens de blussing van een grote brand in de consumentenelektronicawinkel Scheer en Foppen aan de Kerkstraat in Veendam getroffen door een omvallende topgevel. Eén van hen, onderbrandmeester W. de Vries, overlijdt even later op weg naar het ziekenhuis.

14 september 2010

Commandeur H.C. Djaoen van Brandweer Curaçao wordt na het sporten in Willemstad in zijn auto getroffen door een hartaanval, waaraan hij – ondanks reanimatie door de collega’s – even later overlijdt.

4 augustus 2014

Brandweerduiker J.G. Impink van het korps Heerhugowaard raakt onwel tijdens de berging van een te water geraakte auto aan de Kanaaldijk 46 Koedijk, gemeente Langedijk. Ondanks reanimatie overlijdt hij ter plaatse.

24 september 2014

Brandweerman P. Janssen van de kazerne Groene Tuin in Rotterdam wordt onwel tijdens het sporten op sportcomplex Varkenoord aan de Olympiaweg. Ondanks reanimatie overlijdt hij kort na aankomst in het ziekenhuis. *

30 maart 2015

Vrijwillig bevelvoerder V. Hoogeveen van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, post Bleskensgraaf, wordt bij de aanvang van de avondoefening op het trainingscentrum Safety Center aan de Spinel 100 in Dordrecht getroffen door een hersenbloeding. De volgende ochtend overlijdt hij aan de gevolgen.

GPK/ThG 23032020

Enige statistische gegevens vanaf 1945

In het voorgaande overzicht zijn 123 incidenten vanaf 1945 vermeld. Daarvan zijn er 66, die voldoen aan de criteria voor vermelding op het Nationaal Brandweermonument. Dat zijn over het algemeen ongevallen bij repressieve activiteiten of bij oefeningen, waarbij repressie serieus gesimuleerd wordt. De overige incidenten betreffen vaak dienstongevallen of overlijden, waarbij de samenhang met repressieve activiteiten niet direct aanwezig lijkt te zijn.

Van de 66 ‘repressieve’ incidenten waren er 11 verdrinkings/duikongevallen en wel in de jaren: 1949, 1951, 1953 (2), 1964, 1978, 2001, 2005, 2007, 2008 en 2014.

Bij de 66 ‘repressieve’ incidenten zijn in totaal 98 brandweerlieden om het leven gekomen. Verdeeld over de jaren 1945-2015 geeft dat het volgende beeld:

 1951 2-619611971 1-91981 1-119912001 1-12011
 1952 1-11962 1-11972 1-11982 2-31992 2-520022012
 1953 2-31963 2-21973 1-11983 1-11993 3-42003 1-32013
 19541964 1-119741984 1-1199420042014 1-1
1945 1-119551965 2-2197519851995 1-32005 1-12015
1946 1-11956 1-11966 2-219761986 1-1199620062016
19471957 1-11967 2-21977 1-11987 2-319972007 1-1tot 66-98
19481958 1-11968 2-21978 3-319881998 1-22008 2-4 
1949 3-319591969 4-519791989 1-119992009 
1950 1-119601970 1-11980 1-11990 1-32000 2-52010 1-1 

Verdeeld over de maanden/ verdeeld over de provincies

maandrepressiedienstongevalprovincierepressie
 januari85Groningen4
februari46                        Friesland2
maart65Drenthe2
april47Overijssel2
mei104Gelderland8
juni107Flevoland1
juli87Utrecht3
augustus31Noord-Holland15
september45Zuid-Holland16
oktober34Zeeland3
november22Noord-Brabant8
december42Limburg2
totaal6654totaal66