nationaal brandweer documentatie centrum

Jan van der Heijde II

De eerste ‘Jan’
De tweede ‘Jan’
Technische gegevens
Afmetingen
Krijgsverrichtingen
Heel klein broertje
Verdere geschiedenis

De eerste Jan van der HeijdeDe eerste ‘Jan’
De eerste blusboot van de Amsterdamse Brandweer was officiëel een ‘drijvende stoomspuit’, werd op 16 januari 1875 in dienst gesteld en genoemd naar de beroemde uitvinder/schilder/generaal-brandmeester Jan van der Heiden. De naam werd gespeld zoals deze in die tijd in zwang was bij de geschiedschrijvers.
De eerste ‘Jan’ was een stoomschip, voorzien van een schroefmachine en een pompmachine. Die pompmachine was van het fabrikaat Shand, Mason & Co., hetzelfde als de rijdende stoomspuit ‘Cerberus’.
De snelheid van het schip bedroeg maximaal 8 mijl per uur en de pompcapaciteit was 4.000 liter per minuut. De lengte van de eerste Jan was 15,3 meter.
Op 3 november 1930 werd het schip buiten dienst gesteld, en op 3 februari 1931 werd het weggesleept naar een sloper aan de Amstel.

De tweede ‘Jan’
Toen in 1929 de opdracht voor de bouw van een vervanger werd verleend, lag het voor de hand dat de nieuwe ‘drijvende motorbrandspuit’ dezelfde naam zou dragen als zijn stoom- voorganger.
Het nieuwe schip werd ontworpen door het Ingenieurs Bureau voor Scheepsbouw M.A. Cornelissen te Amsterdam, dat ook het toezicht op de bouw uitoefende. Die bouw vond plaats bij Schiffswerft und Maschinenbau August Pahl in Hamburg- Finkenwarder. De geraamde bouwkosten, inclusief toezicht en tekeningen bedroegen f. 65.500,-.
In oktober 1930 was de bouw gereed, werd het personeel opgeleid en het schip aan de pers en ‘den volke’ getoond.
Op 3 november werd de ‘Jan van der Heijde’ in dienst gesteld.

De tweede JanTechnische gegevens
De ‘Jan’ was een z.g. tweeschroefs motorschip, waarbij alles dubbel was uitgevoerd om een optimale bedrijfszekerheid te hebben. Er waren twee motoren, twee pompen en twee schroeven, die zó gekoppeld konden worden dat zowel gevaren als gepompt kon worden, of dat beide motoren voor de voortbeweging of het pompen gebruikt konden worden.
De motoren waren 6 cylinder benzinemotoren van het merk Maybach met een vermogen van 100 PK bij 1800 t.p.m. Het maximum aantal omwentelingen der schroeven bedroeg 350, waarmee een snelheid van 18,5 kilometer per uur kon worden bereikt. De motoren waren dermate krachtig dat het schip jarenlang de krachtigste grachten-ijsbreker in Amsterdam is geweest.
De twee Amag-Hilpertpompen hadden elk een capaciteit van 1600 liter per minuut bij 100 MWK of 3200 liter per minuut bij 50 MWK of 5000 liter per minuut bij 30 MWK. Bij gezamenlijk gebruik kon de ‘Jan’ dus twee keer die hoeveelheden leveren.
Via een verdeelkast op het achterdek kon al dat water verdeeld worden over 6 x 65 mm., 4 x 95 mm. en 2 x 95 mm. schuim, terwijl er nog het opklapbare kanon was met een cacpaciteit van 3200 liter per minuut.
De schuimblusinstallatie aan boord was van het merk ‘Bouillon Freres’ en gaf 8000 liter schuim per minuut. Daartoe werd een voorraad van 2500 kg. schuimvormend middel meegevoerd. Deze schuimblusinstallatie werd op 24 mei 1947 buiten dienst gesteld.
Ook had de ‘Jan’ een rookafzuiginstallatie met een 1,5 PK electromotor aan boord, die 70 kubieke meter per minuut kon verplaatsen. Deze rookafzuiginstallatie, alsmede het rolstraalpijpenstelsel werden op 21 augustus 1962 buiten dienst gesteld.
Voor de verlichting werd gezorgd door een dynamo met afzonderlijke motor, die 220 Volt gelijkstroom leverde. Daarmee werden o.a. een Zeiss-zoeklicht van 2000 Watt en zes looplampen met elk 50 meter snoer bediend.
De benzinevoorraad bedroeg 650 liter, verdeeld over twee tanks.
In 1965 werden de beide Maybach-motoren vervangen door twee dieselmotoren van het type DAF D.S. 575. Deze 6 cylinder motoren met compressor leverden 105 PK bij 1800 t.p.m.
Afmetingen
Opvallend aan de ‘Jan’ waren zijn afmetingen. Het schip was 17 meter lang en 3,75 meter breed. Belangrijk voor deze boot was natuurlijk dat alle grachten en alle bruggen gepasseerd konden worden. Daarom was de diepgang slechts 1,25 meter en het hoogste punt boven de waterlijn slecht 1,40 meter. Om het schip ook de hele lage bruggen te kunnen laten passeren konden het stuurrad, stuurscherm, boeglicht, schoorstenen, baklichten en luchtkokers tot onder de hoogtelijn van het schip worden gebracht.

De laatste grote brandKrijgsverrichtingen
Voordat de ‘Jan’ op 30 juni 1983 buiten dienst werd gesteld, had het vaartuig in zijn 53 jaar 331 uitrukken op zijn naam. Het topjaar daarin was 1976 met 14 stuks. Zijn hele diensttijd lag de ‘Jan’ steeds aan de kazerne Nieuwe Achtergracht.
De eerste brand waarbij het schip werd ingezet was die op 2 januari 1931 in de pakhuizen ‘Mars’ en ‘Vulkaan’ (zijn vuriger namen denkbaar?) aan de Nieuwe Keizersgracht 41- 43.
De laatste inzet was op 25 februari 1983 bij een grote brand in de chinese restaurants Ocean City en Toko 747 aan de Oude Doelenstraat hoek Oude Zijds Voorburgwal.
De meest opvallende branden daartussen waarbij de ‘Jan’ zijn niet geringe bijdrage aan de blussing kon leveren waren:

De grote brand in het oceaanschip ‘P.C. Hooft’ van de Stoomvaart Mij Nederland aan de Sumatrakade op 14 november 1932 en de daarop volgende weken,
De grote brand in loods E aan de Javakade, die geheel gevuld was met hooi en stro, op 9 oktober 1940,
De zeer grote brand in het Carlton-Hotel aan de Vijzelstraat en de huizenblokken daarachter nadat een Amerikaanse bommenwerper daar was neergestort, op 27 april 1943.
De zeer grote brand in de Fokkerfabrieken aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord na het bombardement op 25 juli 1943,
De branden in de verffabriek van Vettewinkel aan de Prins Hendrikkade 81, op 20 maart 1948, 6 november 1965 en 3 juli 1973,
De gigantische brand in het koelhuis ‘Amerika’ van het Blaauwhoedenveem aan de Oostelijke Handelskade op 11 september 1948,
De serie pakhuisbranden in 1949, zoals die op het Prinseneiland op 5 maart en 22 juli en de Oudeschans op 3 juni en 23 augustus van dat jaar,
De reuzenbrand in de twee grote pakhuizen van Kamphuijs (Het Zaanse Veem) aan de Oostzijde in Zaandam op 15 oktober 1954,
De zeer grote brand in de vijf pakhuizen van Lierens & Co aan de Kleine Wittenburgerstraat 94 op 20 april 1957,
De zeer grote brand in C & A aan het Damrak op 16 februari 1963. Daar kon zelfs de ‘Jan’ wegens de zware ijsgang niet meteen bijkomen, zodat het schip alleen bij de nablussing kon worden ingezet,
De zeer grote brand in de kantoren en loodsen van de Amsterdamse Ballast Mij. aan de Weesperzijde op 9 april 1963,
De grote brand in het pakhuizencomplex van Blauwhoed aan de Nieuwe Vaart op 1 juni 1964,
De zeer grote en langdurige scheepsbrand in het H.O.S. Tjokroaminoto van de P.N. Djakarta Lloyd aan de Oostelijke Handelskade op 28 oktober 1964,
De zeer spectaculaire en fatale scheepsbrand in de supertanker t.s. Diane bij Mobil Oil in de Australiëhaven op 12 december 1968, waarbij 14 bemanningsleden om het leven kwamen,
De grote brand in vier panden op de hoek van het Rembrandtplein en Thorbeckeplein op 30 december 1968,
De spectaculaire en gevaarlijke brand in een gasflessenloods van AGA-Electrozuur aan de Distelweg op 30 januari 1969,
De fatale brand in het pension aan de Amstelstraat 9-11 op 5 december 1970, waarbij 8 doden vielen,
De grote brand in het complex van Van Leer aan de Prins Hendrikkade en Zeedijk op 4 juli in het jubileumjaar 1974,
De grote brand die het Van Nispenhuis aan de Stadhouderskade verwoestte op 1 februari 1977,
De zeer grote en rampzalige brand in Hotel Polen en boekhandel De Slegte aan het Rokin en de Kalverstraat op 9 mei 1977, waarbij 33 personen om het leven kwamen,
De ijzige grote brand in de v.m. Royal-bioscoop aan de Nieuwendijk en Dirk van Hasseltsteeg op 30 december 1978,
De zeer spectaculaire grote brand in het houten gebouwencomplex aan de Lutmastraat op 8 april 1979 en
De grote gecompliceerde brand in het leegstaande hotel Suisse en het Bowlingcentrum aan de Kalverstraat en de Nieuwe Zijds Voorburgwal op 10 januari 1983.

Heel klein broertje
Het is maar weinigen bekend dat sinds 16 september 1969 om 19.18 uur de ‘Jan van der Heijde’ bezig is met de blussing van een steeds maar weer oplaaiende brand aan boord van de ertstanker ‘Jacob Verolme’. Deze al jaren durende blussing vindt plaats in Madurodam, waar een zeer precies schaalmodel van de ‘Jan’ telkens demonstraties geeft. Bij die eerste inzet was de echte boot nog gewoon operationeel in Amsterdam, maar blijkens de opneming in Madurodam toén al een monument van de brandweer!

De oude JanVerdere geschiedenis
Het onderhoud aan de ‘Jan’ werd steeds duurder en toen in 1980 weer een ‘grote beurt’ nodig was, moest worden gekozen voor óf een complete renovatie óf een maar iets duurdere aanschaf van een nieuwe boot met alle moderne snufjes.
De keuze viel op de laatste optie, maar de toenmalige commandant, G. Herkemij, zelf een fervent ‘bootjesman’ stelde alles in het werk om te voorkomen dat de oude ‘Jan’ hetzelfde lot als zijn voorganger zou ondergaan. Het lukte hem om het College van Burgemeester en Wethouders op 17 augustus 1982 het besluit te ontlokken om hem te machtigen de boot voor één gulden te verkopen aan het Nationaal Brandweermuseum in Hellevoetsluis. Het Scheepvaartmuseum en andere instellingen in Amsterdam hadden helaas geen belangstelling of mogelijkheden om zich over de ‘Jan’ te ontfermen.
Omdat de oude ‘Jan’ dus voor het nageslacht bewaard ging worden, moest de nieuwe blusboot eigenlijk een andere naam hebben. Door de toevoeging van ‘III’ aan de oude naam kon de traditie worden voortgezet, zodat de ‘Jan van der Heijde III’ thans de Amsterdamse wateren veilig maakt. Daardoor is de ‘oude Jan’ achteraf bekend komen te staan als de ‘Jan van der Heijde II’ of ‘Jan II’.
Na de buitendienststelling van de ‘oude Jan’ ging het vaartuig dus over naar Hellevoetsluis, waar het aanvankelijk zeer enthousiast gebruikt en onderhouden werd. Langzaamaan raakte het schip echter in verval, totdat in 1989 de Stichting Openlucht Binnenvaartmuseum in Rotterdam zich in de boot ging interesseren. Na lange onderhandelingen kreeg deze stichting de boot voor twaalf jaar in permanente bruikleen, waarna de ‘Jan’ naar de Rotterdamse Oude Haven werd gesleept en liefdevol nagekeken. Daarop werden sponsors gezocht en kon op 24 april 1990 de oude ‘Jan’ naar een werf worden gesleept voor een complete facelift. Inmiddels werden beheer en exploitatie van de boot overgedaan aan de speciaal daarvoor opgerichte stichting ‘Blusboot Jan van der Heijde’. Vlak voor de feestelijke presentatie van de opgeknapte ‘Jan’ gebeurde het ongelofelijke: De ‘Jan’ zonk op 17 oktober 1990 plotseling in de Oude Haven. Zo kwam de Amsterdamse blusboot aan de Rotterdamse grond! Niet voor lang, want de geschrokken Rotterdammers haalden het schip nog de volgende dag boven water. De schade bleek groot maar niet onoverkomelijk. Door nóg meer sponsors en de verzekeringsmaatschappijen te mobiliseren kon een nieuwe restauratie van start gaan en op 28 juni 1991 kon het trotse bestuur de gerenoveerde ‘Jan’ presenteren.
Sindsdien hebben de harde werkers van het Openlucht Binnenvaartmuseum nog vele uren gestoken in de boot, en werden de oorspronkelijke bouwtekeningen teruggevonden, waarmee het schip zoveel mogelijk in de orginele staat kon worden teruggebracht.