nationaal brandweer documentatie centrum

Grootschalige branden en ongevallen in Nederland

Inleiding
In dit chronologisch overzicht van grootschalige ongevallen in Nederland zijn gebeurtenissen opgenomen met een som van doden en gewonden groter of gelijk aan tien. Uitgangspunt voor dit criterium is dat een dergelijk aantal slachtoffers vraagt om een enigszins omvangrijke en gecoördineerde inzet van medische hulpverlening. Er zijn twee lijsten: één verkort overzicht met datum, plaats (stad of dorp), soort ongeval, aantal doden en aantal gewonden. De tweede lijst is gedetailleerder: hier wordt de locatie zoveel mogelijk gespecificeerd alsmede het tijdstip. Ook de opgave van het aantal slachtoffers is uitgebreider en er zijn zaken omschreven als ingezet medisch potentieel, bijzonderheden en literatuur. Het overzicht begint vanaf 1800, maar als er eerdere gebeurtenissen bekend zijn worden ook deze opgenomen. Uiteraard is het moeilijk van de vroegere rampen gegevens te achterhalen omtrent tijdstip en ingezet medisch materieel en personeel. Toch is getracht zoveel mogelijk dezelfde gegevens te verzamelen. Het tijdstip is mede daarom van belang omdat zo kan worden beoordeeld in welke krant er iets over te vinden zou kunnen zijn (ochtend of avondeditie).

Wat betreft het al of niet opnemen is naast het aantal slachtoffers ook gekeken naar een geografische en chronologische component. Een ramp moet een geografisch beperkt gebied omvatten en ook in tijd gecomprimeerd zijn. Een moeilijk gegeven hierbij zijn overstromingen en stormrampen: zij strekken zich vaak uit over een groot gebied en bewegen zich op de grens van een simpele optelsom van incidenten (zonder dat dit de hulpdiensten voor enorme organisatorische problemen stelt) of een gecoördineerde aanpak. Hierbij valt ook te denken aan zaken als een hittegolf (13-07-1923) of een epidemie (Spaanse griep van 1918, Legionella besmetting Hoorn in 1999). Hetzelfde geldt voor gijzelingen en grootschaliger rellen. Rellen zijn in tijd vaak uitgerekt, voldoen echter meestal wel aan het geografische criterium.
Scheepsrampen zijn vooralsnog ten dele opgenomen, al stelden zij de medische hulpverlening op land meestal nauwelijks op de proef: hier lag het zwaartepunt op inzet van reddingsboten later aangevuld door vliegtuigen en helikopters. Het gaat dan vooral om scheepsrampen met grote impact of waarbij veel gewonden vielen. Redding van schipbreukelingen betrof lang niet altijd gewonden, hoewel deze, vaak verkleumd, wel opvang en medische zorg behoefden. Zeker tegenwoordig zou de drempel lager liggen en worden mensen met hypothermie tot de gewonden gerekend. Toch is het nauwelijks mogelijk alle reddingen van meer dan 10 mensen op te nemen.

Voor wat betreft de geografie is gekozen voor Nederland en de Nederlandse territoriale wateren. De Overzeese gebiedsdelen zijn niet in dit overzicht betrokken. Er is niet gekeken naar rampen in het buitenland waar Nederlanders bij betrokken zijn geweest. Deze rampen zijn op een aparte lijst vermeld die echter nog onvollediger is dan deze lijst. Bij de slachtoffers is geen onderscheid gemaakt in de nationaliteit: alle slachtoffers die binnen het gebied vielen zijn geteld.

De periode van de Tweede Wereldoorlog is een bijzondere periode. Hier kunnen slachtoffers vallen bij: bombardementen, beschietingen, neerstortende vliegtuigen of raketten, tijdens gevechten. In principe ligt de aandacht bij de burgerslachtoffers, maar dit is moeilijk af te bakenen. De aantallen werden niet altijd nauwkeurig opgegeven: niet altijd werden ze vermeld (men was aan grootschalige inzetten gewend); het aantal slachtoffers was onduidelijk: slachtoffers onder militairen of Duitsers werden niet opgegeven, soms werd het aantal burgerslachtoffers klager of hoger opgegeven al naar gelang het propaganda-belang. Ook andere factoren konden een rol spelen: onderduikers werden vaak niet opgegeven, niet uitgesloten is anderzijds dat anderen die niet overleden waren wel werden opgegeven en zo uit de registratie verdwenen. De neiging bestaat om bij gevechtshandelingen alleen de burgers te tellen en bij bombardementen, bij gevallen vliegtuigen zowel de burgers als de militairen te tellen. Dit is echter niet geheel consequent: wat te doen met een treinbeschieting waar alleen maar militairen in zitten? Of een treinongeval van een militaire trein? De eerste wordt niet opgenomen, de laatste wel. Ook kunnen oorlogshandelingen chronologisch een probleem zijn. Met name beschietingen van steden en gevechten duurden soms dagen. Ook de bepaling van de medische inzet is moeilijk. Militair geneeskundige diensten werkten op het slagveld, maar nu en dan gaven burgerdiensten daarbij ondersteuning, of andersom verleenden militaire diensten hulp aan burgerslachtoffers.

Er is getracht zoveel mogelijk literatuurverwijzingen te geven. Dat lukt uiteraard niet altijd. Veel verslagen liggen verborgen in archieven of zijn nooit gemaakt. Voor veel informatie moet geput worden uit contemporaine krantenberichten met alle bezwaren van dien. Vaak geven deze een summier beeld van de medische hulp en richten zij zich op ooggetuigenverslagen van de ramp zelf en de oorzaak. Ook is hun informatie niet altijd correct: door snel te willen berichten werden nogal eens concessies gedaan aan het goed controleren van de gegevens,. Dit was ook niet altijd mogelijk voor de verslaggever.

Het aantal gewonden wordt vaak niet eenduidig opgegeven. Dit geldt in mindere mate voor het aantal doden. Soms geven twee verschillende bronnen al verschillende aantallen. Voor de aanduiding ‘zwaar gewond’ is uitgegaan van de literatuuraanduidingen of krantenberichten. Uiteraard geldt hier de opmerking dat de definitie hiervan onduidelijk is. Vaak weten journalisten niet wat ze hier onder verstaan en ook in medische kringen is geen eenduidige definitie. Soms lijkt men weleens aan te houden het aantal opgenomen patiënten, maar iemand die opgenomen wordt hoeft niet ernstig gewond te zijn. Dit hangt weer samen met de in die tijd geldende criteria voor opname. Een recent voorbeeld van de problemen met het tellen van gewonden is de vuurwerkramp in Enschede (13-05-2000). Bij het uiteindelijke aantal gewonden zijn allen opgeteld die zich waar dan ook voor medische behandeling gemeld hebben: zowel EHBO in opvangcentra als mensen die eigener gelegenheid bij een huisarts zijn geweest. Dat verklaart de hoogte.

Voorts is er het probleem van het aantal doden. Meestal lukt het om dit vrij precies te bepalen. Uitzonderingen zijn de Bijlmerramp (04-10-1992) waar berichten circuleerden als zouden hierbij meer slachtoffers zijn gevallen dan er stoffelijke resten gevonden zijn. Hoewel het bij deze ramp geen rol heeft gespeeld, is het niet ondenkbaar dat dit in andere situaties wel het geval kan zijn. Het belangrijkste probleem bij het vaststellen van het aantal doden is echter gewonden die later aan de gevolgen van de ramp overlijden. Dit speelde bijvoorbeeld bij Volendam (01-01-2001) en bij het tramongeval in Utrecht (08-12-2000, waarbij op 31-12 alsnog iemand overleed hetgeen toevallig in de krant vermeld werd). Vaak komen berichten daarover niet meer in de media.

Een grootschalige gebeurtenis wordt in het overzicht opgenomen als het voldoet aan de volgende criteria:

De som van het aantal doden en gewonden is groter of gelijk aan tien.
De gebeurtenis heeft zich in korte tijdspanne afgespeeld (korter dan 24 uur).
De gebeurtenis heeft zich op een beperkt of groot aaneengesloten gebied afgespeeld.
De gebeurtenis noodzaakte de parate diensten tot een gecoördineerde inzet.

De hoofdlijst wordt gevormd door gebeurtenissen die voldoen aan het slachtoffercriterium. Van gebeurtenissen die zich kenmerken door het belang van coördinatie en logistiek (evacuaties, rellen, gijzelingen etc) wordt een apart overzicht gemaakt.
Gezien de lage ondergrens kan de lijst niet compleet zijn. Veel gebeurtenissen ontstijgen de lokale kranten niet en worden misschien zelfs in de lokale pers gemist. De lijst moet dan ook zeker gezien worden als een eerste aanzet en naarmate de hoogte van het aantal slachtoffers stijgt, wordt de lijst betrouwbaarder.

Overzichten
In verband met de grootte van de lijsten zijn ze alleen beschikbaar als downloadable pdf-bestanden:

Grootschalige branden in Nederland

Grootschalige ongevallen in Nederland